Assassijnen


De Assassijnen vormden een sjiitische militaire orde die aan het eind van de 11e eeuw werd geleid door Hassan-i Sabbah. Ze behoorden tot de sekte der nizari-ismaïlieten. Ze waren met name vertegenwoordigd in (het huidige) Syrië en Iran. In Europa werden ze voor het eerst beschreven door Marco Polo.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De stichter van de Assassijnen, Hassan-i Sabbah, was een sjiiet uit Qom van Arabische komaf[1] die in 1078 te Caïro aanhanger en propagandist werd van het bewind der Fatimiden. Hij zou zijn volgelingen hasjiesj toedienen om ze een blik in het paradijselijke hiernamaals te gunnen en ze aldus te motiveren tot de deelname aan oorlogen en het plegen van aanslagen. Assassijn wordt wel verondersteld een verbastering te zijn van hashshashin, dat betekent: zij die zich met hasjiesj bedwelmen. Oorspronkelijk gebruikten hun tegenstanders dit woord om de leden van deze sekte te beledigen. De Engelse en Franse woorden assassin en assassinat ("assassination"), die respectievelijk (sluip)moordenaar en (sluip)moord betekenen, zijn (al in de middeleeuwen) ontleend aan de naam der Assassijnen. Er wordt echter beweerd dat de waarheid achter deze woorden er heel anders uitziet, in teruggevonden documenten afkomstig van Alamoet staat dat Hassan-i Sabbah zijn volgelingen graag aansprak met Asasiyun, wat betekent "zij die trouw zijn aan de Asās", wat op zijn beurt betekent "Beginselen van het geloof". Dit woord werd mogelijk verkeerd begrepen door reizigers en vervormd tot hasjiesj.
Tegen het einde van de 11e eeuw was de vesting Alamoet het hoofdkwartier van deze beweging. De Assassijnen verzetten zich niet alleen met geweld en verraad tegen de kruisvaarders in Palestina maar ook tegen vele islamitische heersers.
De Mongoolse veroveraar Hoelagoe maakte in 1256 een einde aan de activiteit van de sekte in Perzië. De mammelukken-sultan Baibars maakte in 1273 een einde aan hun politiek bestaan in Syrië.
De nizari hebben zich onder verschillende benamingen tot in onze tijd gehandhaafd, onder andere in Pakistan en India de zogenaamde Chodja's onder de Aga Khan.
In populaire cultuur
[bewerken | brontekst bewerken]- De Assassijnen spelen de hoofdrol in Vladimir Bartols roman Alamut uit 1938. De roman vertelt het verhaal van Hasan al-Sabah en de Assassijnen. De titel van het boek is afgeleid van hun fort: Alamoet.
- Een gefictionaliseerde versie van de Assassijnen speelt een belangrijke rol in de verhaallijn van de computerspelreeks Assassin's Creed.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- M.G.S. Hodgson, The order of the Assassins (1955)
- Frank G. Bosman, De oude man van Masyaf. De westerse legendes rond de nizarische isma'ilieten (2023). ISBN 9789048559398
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- I. Baudron, Les liaisons entre les templiers et les assassins, templiers.org (2001).
- P. Ilial, La « Secte des Assassins » à travers les Chroniques Médiévales, in Les Temps Médiévaux 13 (2004).
- ↑ Lewis, Bernard (November 2002). The Assassins. Basic Books, "3. The New Preaching", pp. 38. ISBN 978-0-465-00498-0 "Hasan-i Sabbah was born in the city of Qumm, one of the first centres of Arab settlement in Persia and a stronghold of Twelver Shi`ism., His father, a Twelver Shiite, had come from Kufa in Iraq, and was said to be of Yemeni origin - more fancifully, a descendant of the ancient Himyaritic kings of Southern Arabia."