close
Naar inhoud springen

Ganzenveer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ganzenveer
Bioscoopjournaal uit december 1936. Beelden van het maken van de Gouden Veder, een in goud nagemaakte ganzenveer waarop de familiewapens van Bernhard en Juliana zijn aangebracht. Met deze gouden veder zal bij de ondertrouw en het burgerlijk huwelijk van Juliana en Bernhard het bruidspaar de huwelijksakte tekenen. De veder is een geschenk van het Comité voor de luisterrijke viering van het vorstelijk huwelijk te Den Haag.

Een ganzenveer is een schrijfinstrument gemaakt van de slagpen van een gans of een andere grote vogel, zoals een zwaan, kraai of roofvogel. Het gebruik van zulk schrijfgerei stamt uit de oudheid, maar is voornamelijk bekend uit de middeleeuwen. Het is gebleken dat de Dode Zeerollen, geschreven in 200 BCE, zowel met rietpen als met veer zijn geschreven.

De komst van de ganzenveer verdrong de bamboe- en rietpen die tot dan gebruikelijk waren.

De ganzenveer dateert van de zesde eeuw en werd gebruikt tot in het einde van de negentiende eeuw. Joost van den Vondel schreef een gedicht over de ganzenveer in de vorm van een raadsel (zie onderaan). Aan de veer werd een penpunt gesneden met een heel scherp mesje. De vorm van deze pen is gelijk aan onze vulpen. De pen werd in de inkt gedoopt en een flinke druppel bleef in de pen zitten. Hiermee kon je (hooguit) een paar woorden schrijven. Daarna moest opnieuw de pen in de inkt worden gedoopt. Door de komst van de metalen pen is het gebruik van de ganzenveer voor gewoon schrijven verdwenen, maar in de kalligrafie wordt de ganzenveer nog altijd superieur geacht aan metalen pennen.

Voor de ganzenveer werden in de lente de buitenste vijf slagpennen van levende vogels genomen. Men gaf de voorkeur aan de veren van de linkervleugel, omdat zij een buiging hebben die voor rechtshandige schrijvers naar buiten, van de schrijver af, gericht is. De meest gebruikelijke pennen waren van ganzenveren, maar betere waren van zwanenveren, die door hun schaarste duurder waren. Voor het trekken van dunne lijnen werden pennen van kraaienveren gebruikt en als tweede keus ook veren van uilen, haviken en kalkoenen.

Voor men met de veer kon schrijven moest deze op de juiste wijze bewerkt worden. De veer werd schuin aangesneden en men verwijderde het merg, waarna de veer gehard moest worden. Daartoe werd de pen zolang in water geweekt tot deze er glanzend wit uitzag. Voor het eigenlijke harden werd het ingeweekte gedeelte in een houder met heet zand van de juiste temperatuur (170–180 °C) gestoken tot de punt doorschijnend werd. Het zand moest zo heet zijn dat de pen wel siste, maar niet barstte. Tot slot werd de bovenste huidlaag van de pen gekrabd, waarna de pen gesneden kon worden. Wie een hoop geduld had, hoefde de veer niet te harden. Als de veer een jaar in de kast had gelegen was deze ook uitgehard en kon er een pen van worden gesneden.

Voor kalligraferen met ganzen- of zwanenveer moet de gebruikte inkt niet te dun zijn. De goede 'dikte' van de inkt voor deze pennen heeft ongeveer de consistentie van (ongeklopte slag-)room.

Vermelding in literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Ik droeg mijn moeder, zij droeg mij, van jongs af hing ik aan haar zij. Toen zij vermoord werd en geplukt, ben ik van haar zijde gerukt. Hoewel ik stom geboren ben, en gene tale spreek noch ken. Toch spreek ik klaar in ieders land en vliege van mijn Meesters hand. Mijn lafenis is bittere gal, ik dien de mensen overal. Al heeft men mijn natuur besneeën nochtans bemint mij iedereen. Kan iemand raden, wie ik ben? Die drukke mijn naam uit met de Pen.

Joost van den Vondel, Ganzenveer-raadsel

Bronnen en referenties

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Ganzenveer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.