close
Naar inhoud springen

Harry Stroomer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Harry Stroomer
Stroomer (foto Merlijn Doomernik, 2025)
Stroomer (foto Merlijn Doomernik, 2025)
Algemene informatie
Geboortenaam Hendrikus Joseph Stroomer
Geboortedatum 22 november 1946[1]Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Alkmaar[1]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 19 juli 2026[2]Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats LeidenBewerken op Wikidata
Werk
Beroep afrikanist,[3] academisch docent,[4] taalkundige, arabist,[5] semitist, berberoloogBewerken op Wikidata
Werkgever(s) Universiteit Leiden, Universiteit Leiden
Studie
School/universiteit Universiteit van Amsterdam, Universiteit Leiden
Persoonlijk
Talen Nederlands
Moedertaal Nederlands
Diversen
Website Universiteit Leiden
Portaal  Portaalicoon   Taal
Afrika

Harry J. Stroomer (Alkmaar, 22 november 1946Leiden, 19 juli 2026) was een Nederlands taalkundige, berberoloog en semitist. Hij was hoogleraar Afro-Aziatische talen en culturen aan de Universiteit Leiden en verwierf internationale bekendheid door zijn onderzoek naar de Berbertalen (Tamazight), Arabische dialecten en Zuid-Semitische talen.

Stroomer studeerde van 1966 tot 1976 Arabisch en diverse andere Semitische talen aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden. Tijdens studiereizen door het Midden-Oosten en Noord-Afrika ontdekte hij dat de gesproken talen sterk verschilden van het Standaardarabisch dat aan de universiteit werd onderwezen. Deze ervaring bepaalde zijn verdere wetenschappelijke loopbaan en leidde tot een blijvende belangstelling voor taalvariatie, gesproken talen en minderheidstalen.[6]

Na zijn studie trad Stroomer in 1976 in dienst van de Universiteit Leiden, aanvankelijk als wetenschappelijk medewerker. Zijn onderzoek betrof de Koesjitische taal Oromo in Kenia, waarop hij in 1987 promoveerde bij de arabist A.J. Drewes en de taalkundige F.H.H. Kortlandt (proefschrift: A comparative study of three southern Oromo dialects in Kenya. Phonology, morphology and vocabulary). Door veranderde onderzoeksomstandigheden in Kenia verlegde hij in de jaren tachtig zijn aandacht naar de Berbertalen van Noord-Afrika.[6] Bij R. Otten (Universiteit Utrecht) leerde hij Tashelhiyt.[7]

Stroomer introduceerde in 1986 de studie van de Berbertalen aan de Universiteit Leiden. In 2002 werd hij benoemd tot hoogleraar Afro-Aziatische talen en culturen. Zijn inaugurele rede, In de schaduw van het Arabisch, vormde een pleidooi voor meer aandacht voor de grote taalkundige diversiteit van Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar naast het Arabisch tientallen andere Afro-Aziatische talen worden gesproken. Hij beschouwde E.J. van Donzel als de drijvende kracht achter de vestiging van de leerstoel.[8] In 2011 ging hij met pensioen.

Stroomers onderzoek in noord-Kenia en Somalië toonde aan dat het Oromo niet alleen in zuid-Ethiopië gesproken wordt, maar ook in Kenia een miljoen sprekers heeft.[6]

Vanaf 1986 richtte zijn onderzoek zich vooral op de Berbertalen van Marokko, in het bijzonder het Tashelhiyt. Hij verrichtte tientallen jaren veldwerk, verzamelde orale literatuur, stelde tekstuitgaven samen en werkte aan grammaticale beschrijvingen en woordenboeken. Volgens Stroomer vormden juist de gesproken talen en orale tradities een onmisbare bron voor het begrijpen van de culturele geschiedenis van Noord-Afrika.[8]

Een terugkerend thema in zijn werk was de positie van minderheidstalen binnen de Arabische wereld. Hij verzette zich tegen het gangbare beeld van een taalkundig homogene Arabische wereld en benadrukte dat talen als het Berbers, Koerdisch, Nubisch, Aramees en de Zuid-Semitische talen een wezenlijk onderdeel vormen van de geschiedenis en cultuur van de regio.[8]

Hij besteedde daarnaast aandacht aan de historische relaties tussen Berbertalen en andere Afro-Aziatische talen, aan Arabische dialectologie en aan de orale literatuur van Noord-Afrika. Ook onderzocht hij Berberse handschriften uit de vijftiende tot en met de twintigste eeuw en pleitte hij voor systematische documentatie van bedreigde talen en dialecten.[8]

Stroomer geldt als een van de grondleggers van de moderne Nederlandse berberologie. Onder zijn leiding ontwikkelde Leiden zich tot een internationaal centrum voor onderzoek naar Berbertalen. Hij werkte nauw samen met onderzoekers in Marokko, Frankrijk en Nederland en bouwde een uitgebreid internationaal netwerk op binnen de berberologie. Hij begeleidde promovendi en postdocs die later zelf een belangrijke rol gingen spelen binnen het vakgebied, onder wie M.G. Kossmann, M.B. Lafkioui [en], N. van den Boogert, S. Oomen en K. Mourigh.[9]

In 2001 richtte hij de wetenschappelijke reeks Berber Studies op, waarin monografieën over Berbertalen en Berberculturen verschijnen.[10]

Daarnaast werkte hij veertig jaar aan een omvangrijk woordenboek van de meest gesproken Berbertaal, het Tashelhiyt, bedoeld als standaardwerk voor onderzoekers en moedertaalsprekers. Het woordenboek is gebaseerd op gepubliceerde en ongepubliceerde bronnen, archieven, proefschriften en tientallen jaren veldwerk. Het vierdelige Dictionnaire berbère tachelḥiyt–français verscheen in 2025 bij Brill en geldt als een van de meest omvangrijke lexicografische werken over deze taal.[11]

In interviews wees Stroomer erop dat de maatschappelijke positie van het Tamazight in Marokko sinds het begin van de 21e eeuw ingrijpend verbeterde, onder meer door de oprichting van het Institut royal de la culture Amazighe (IRCAM) en de geleidelijke invoering van het Tamazight in het onderwijs.[8][12]

Stroomer was getrouwd en had drie kinderen.[13] Hij overleed op 79-jarige leeftijd.[14][15]

Stroomer publiceerde talrijke wetenschappelijke boeken en artikelen over Oromo, Berbertalen, Arabische dialectologie en Afro-Aziatische taalkunde. Hij verzorgde onder meer kritische edities van Berberse handschriften, grammaticale studies, tekstuitgaven en vertalingen. Hij was hoofdredacteur van de serie Berber Studies, uitgegeven door Rüdiger Köppe Verlag [de]. Voor het brede publiek gaf hij enkele boeken uit met Nederlandse vertalingen van Marokkaanse volksverhalen.

  • (fr) Stroomer, H.J. (2025). Dictionnaire berbère tachelḥiyt–français. Établi sur la base d’ouvrages publiés et non-publiés, d’études et documents divers, de thèses universitaires, d’archives, et de recherches sur le terrain (4 vols.). Brill, Leiden/Boston. DOI:10.1163/9789004700505.