close
Naar inhoud springen

Nikolaus Pevsner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nikolaus Pevsner
Nikolaus Pevsner in 1929
Nikolaus Pevsner in 1929
Algemene informatie
Geboortenaam Nikolaus Bernhard Leon Pevsner
Geboortedatum 30 januari 1902[1]Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Leipzig[2]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 18 augustus 1983[1]Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Londen[3]Bewerken op Wikidata
Begraafplaats WiltshireBewerken op Wikidata
Wijze van overlijden natuurlijke doodBewerken op Wikidata
Werk
Beroep kunsthistoricus,[4][5] schrijver, architectuurhistoricus,[4] academisch docent,[5] architectBewerken op Wikidata
Werkveld kunstgeschiedenis, architectuur, geschiedenis van de bouwkunst
Werkplaats Leipzig, Göttingen, Cambridge
Leerlingen Peter Lasko
Studie
School/universiteit Thomasschule, Universiteit Leipzig
Academische graad doctoraat
Familie
Moeder Anna Pevsner
Kinderen Tom Pevsner
Diversen
Lid van British Academy, American Academy of Arts and Sciences, Göttinger Academie van Wetenschappen
Website Officiële website
Archieflocatie(s) University of East Anglia Archives,[6] Duits kunstarchief in het Germanisches Nationalmuseum[7]Bewerken op Wikidata
handtekening

Nikolaus Bernhard Leon Pevsner (Leipzig, 30 januari 1902Londen, 18 augustus 1983) was een Duits-Brits kunsthistoricus die zich in het bijzonder had toegelegd op de geschiedenis van de architectuur.

Leven en werk

[bewerken | brontekst bewerken]

Nikolaus Pevsner werd geboren in Leipzig, als zoon van Hugo Pevsner, een Russisch-Joodse immigrant en bonthandelaar, en zijn vrouw Anna. Zijn vader overleed in 1940 en zijn moeder pleegde in 1941 zelfmoord, geconfronteerd met dreigende deportatie naar een vernietigingskamp.

Nikolaus groeide op in een welgesteld gezin; de familie Pevsner woonde in een appartement met 27 kamers in het centrum van Leipzig, vlakbij de Thomaskirche, het Gewandhaus en de Opera van Leipzig. Na zijn eindexamen aan de Thomasschule in 1921 studeerde hij kunstgeschiedenis aan, achtereenvolgens, de Ludwig Maximilians-Universiteit in München (bij Heinrich Wölfflin), de Friedrich-Wilhelm-Universiteit in Berlijn (bij Adolf Goldschmidt) en de Goethe-Universiteit in Frankfurt am Main (bij Rudolf Kautzsch). In 1924 promoveerde hij bij Wilhelm Pinder in Leipzig met een proefschrift over de barokarchitectuur van Leipzig. Vele jaren later, in 1940, zou hij zijn boek over kunstacademies opdragen aan zijn promotor en vriend.

Na zijn studie werkte hij van 1924 tot 1928 als assistent bij de Dresdense Gemäldegalerie Alte Meister en het Kupferstichkabinett. Vervolgens behaalde hij zijn PD-graad bij Georg Vitzthum von Eckstädt met een proefschrift over de Italiaanse schilderkunst van het einde van de renaissance tot de late rococo. Van 1929 tot 1933 doceerde hij kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Georg-August-Universität Göttingen.

Nadat de nationaalsocialisten in 1933 de macht hadden gegrepen in Duitsland, emigreerde Pevsner in 1934 naar Engeland. Zijn eerste aanstelling daar was een fellowship van achttien maanden aan de Universiteit van Birmingham. Daarna werkte hij als inkoper en adviseur voor het meubel- en decoratiebedrijf Gordon Russell. In 1939 werd hij, als persoon van Duitse afkomst, geïnterneerd in het burgerinterneringskamp Huyton.

In 1941, na de dood van Elizabeth Senior tijdens de Blitz, nam hij de redactie over van de populaire King Penguin Books-reeks (1939-1959). Pevsner leverde een belangrijke bijdrage aan het behoud van Victoriaanse architectuur in het Verenigd Koninkrijk. Hij speelde tevens een rol bij de herontdekking van de vergeten ontwerper Christopher Dresser, een pionier van de art nouveau.

Van 1943 tot 1946 werkte hij samen met Hubert de Cronin Hastings als co-redacteur van het architectuurblad Architectural Review in Londen. Hij verkreeg de Britse nationaliteit in 1946. Pevsner was van 1959 tot 1969 hoogleraar aan Birkbeck College, onderdeel van de Universiteit van Londen. Van 1949 tot 1955 bekleedde hij de Slade-leerstoel voor beeldende kunst aan de Universiteit van Cambridge, en van 1968 tot 1969 aan de Universiteit van Oxford. Hij was tevens fellow van St John's College in Cambridge van 1950 tot 1955 en Reith-docent bij de BBC in 1955.

Wereldwijde bekendheid verwierf hij met zijn 46-delige werk The Buildings of England (van deel 1 in 1951 over Cornwall, tot deel 46 in 1974 over Staffordshire), dat hij schreef onder de naam Allen Lane. Een uitgebreidere versie verscheen later als Pevsner Architectural Guides. Vanaf 1953 redigeerde hij de reeks Pelican History of Art. Deze handboeken waren geïnspireerd op soortgelijke reeksen in Duitsland van Georg Dehio (Handbuch der deutschen Kunstdenkmäler) en Fritz Burger (Handbuch der Kunstwissenschaft). Pevsner schreef talloze studies over kunstgeschiedenis en met name architectuurgeschiedenis, die als klassiekers in hun vakgebied worden beschouwd.

Zijn verheffing in de Britse adelstand in 1969 was opmerkelijk, aangezien vóór hem alleen Ernst Gombrich deze eer te beurt was gevallen als immigrant-kunsthistoricus. Hij ontving eredoctoraten van de Universiteit van Leicester, de Universiteit van York, de Universiteit van Leeds, de Universiteit van Oxford, de Universiteit van Zagreb en de Universiteit van Edinburgh.

Pevsner was in 1923 getrouwd met Karola "Lola" Kurlbaum. Het echtpaar had drie kinderen: Helga (later Hodgson), Thomas (Tom) en Dietrich (Dieter). Pevsner overleed in 1983 op 81-jarige leeftijd in de Londense wijk Hampstead. Hij is begraven op het kerkhof van de St. Peterkerk in Clyffe Pypard, Wiltshire.

Onderscheidingen

[bewerken | brontekst bewerken]
Blue plaque op Pevsners woonhuis in Hampstead
Postuum
  • 2007: blue plaque van English Heritage op Pevsners woonhuis, 2 Wildwood Terrace, Hampstead, Londen

Bibliografie (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]
  • 1928: Leipziger Barock. Die Baukunst der Barockzeit in Leipzig. Jess, Dresden
  • 1928: Barockmalerei in den romanischen Ländern (= Handbuch der Kunstwissenschaft). Band 1: Die italienische Malerei vom Ende der Renaissance bis zum ausgehenden Rokoko. Athenaion, Potsdam
  • 1940: Academies of Art. Past and Present. Cambridge University Press, Cambridge
  • 1942: An Outline of European Architecture (= Pelican Books A 109). Penguin Books, Harmondsworth
  • 1946: Visual Pleasures from Everyday Things. An attempt to establish criteria by which the aesthetic qualities of design can be judged. Council for Visual Education, Londen
  • 1949: Pioneers of Modern Design. From William Morris to Walter Gropius. Museum of Modern Art, New York
  • 1951–1974 [als uitgever]: The Buildings of England (46 delen). Penguin Books, Harmondsworth
  • 1956: The Englishness of English Art. An expanded and annotated Version of the Reith Lectures Broadcast in October and November 1955. Architectural Press, Londen
  • 1966 [met John Fleming & Hugh Honour]: The Penguin Dictionary of Architecture. Penguin Books, Harmondsworth
  • 1968: The Sources of Modern Architecture and Design. Praeger, New York
  • 1972: Some Architectural Writers of the Nineteenth Century. Clarendon Press, Oxford, ISBN 0-19-817315-6
  • 1976: A History of Building Types (= A. W. Mellon Lectures in the Fine Arts 19 = Bollingen Series 35, 19). Princeton University Press, Princeton, ISBN 0-691-01829-4
  • 2010: Visual Planning and the Picturesque. Redactie: Mathew Aitchison. Getty Research Institute, Los Angeles, ISBN 978-1-60606-001-8