Theo Rutten
| Theo Rutten | ||||
|---|---|---|---|---|
Theo Rutten in 1950 | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Franciscus Josephus Theodorus (Frans Jozef Theo Rutten | |||
| Geboortedatum | Schinnen, 15 september 1899 | |||
| Overlijdensdatum | Lopik, 21 april 1980 | |||
| Partij | KVP | |||
| Titulatuur | prof.dr. | |||
| ||||
Franciscus Josephus Theodorus Rutten, ook wel Frans Jozef Theo (Theo) Rutten (Schinnen, 15 september 1899[1] – Lopik, 21 april 1980) was een Nederlands politicus en minister.
Achtergrond
[bewerken | brontekst bewerken]Hij was zoon van Maria Josepha Douven en onderwijzer en schoolhoofd Reinier Rutten. Hijzelf was getrouwd met de Belgische Hilda Cornelia Elisabeth Leën (1903-1987).[2] Zoon econoom Frans Rutten werd topambtenaar. Theo Rutten startte met een opleiding aan de Kweekschool voor onderwijzers in Echt waar hij een onderwijsakte haalde in 1921. Daarna volgde studies.
Studies
[bewerken | brontekst bewerken]In 1926 rondde hij het doctoraal examen Nederlands af aan de Universiteit Utrecht. [3] In 1928 volgde zijn promotie aan de Katholieke Universiteit Leuven met een proefschrift over Felix Timmermans.[4] Nog was zijn honger naar kennis niet gestild; hij begon een studie psychologie aan de Universiteit Utrecht onder Franciscus Roels; hij werd er doctor op het onderwerp gezichtsbedrog, opnieuw met een proefschrift onder de titel "Psychologie der waarneming. Een studie over gezichtsbedrog." In vervolg daarop ging hij werken in psychologische laboratoria in Utrecht en Nijmegen. Zijn oude stiel pakte hij weer op; hij doceerde pedagogiek in Tilburg en Utrecht en gaf onderricht aan (aankomende) leraren in Den Bosch en Nijmegen. In 1930 gaf hij leiding aan het Instituut RK Jeugdleiders in Tilburg.
Onderwijs
[bewerken | brontekst bewerken]In 1931 werd hij aangesteld als buitengewoon hoogleraar in empirische en toegepaste zielkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen; hij volgde daar Roelfs op; in 1933 gewoon hoogleraar en in het seizoen 1941/1942 rector magnificus. Tussen 1948 en 1952 was hij minister van onderwijs in het kabinet Willem Drees, kabinet-Drees I. Hij ontvouwde in die periode zijn eerste Onderwijsnota plannen voor een integrale benadering van het voortgezet onderwijs, waarop Cals later zou voortbouwen. Rutten bracht in 1952 een wettelijke regeling voor de opleiding van onderwijzers tot stand. Hij legde in die periode ook de basis van opleiding baan haven- en vervoerscholen in Rotterdam
Toen dat haar termijn had uitgediend, keerde hij terug als hoogleraar letteren in Nijmegen, in seizoen 1965/1966 gecombineerd met sociale wetenschappen. In 1970 ging hij met emeritaat. Rutten en zijn echtgenote werden begraven op Begraaf- en Gedenkpark Heilig Land Stichting.[2][5]
Publicaties
[bewerken | brontekst bewerken]- Franciscus Josephus Theodorus Rutten et al. (Ed.) (1955): Menselijke verhoudingen. Bussum: Paul Brand.
- De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname was tot 1 februari 2016 toegestaan met bronvermelding.
- Redactie, Prof. Rutten overleden (enkele correcties doorgevoerd). Limburgs Dagblad (23 april 1980). Geraadpleegd op 27 februari 2026 – via Delpher.
- ↑ Geboren als Franciscus Josephus Theodorus (geb.akte Schinnen 1899 no.54).
- 1 2 Familie, Familieberichten: Bericht van overlijden. NRC Handelsblad (23 april 1980). Geraadpleegd op 27 februari 2026 – via Delpher.
- ↑ Redactie, Academische examens. De Tijd (25 maart 1926). Geraadpleegd op 27 februari 2026 – via Delpher.
- ↑ Redactie, Een promotie Nederlandsche letteren te Leuven. De Maasbode (10 februari 1928). Geraadpleegd op 27 februari 2026 – via Delpher.
- ↑ Bidprentje Hilda Cornelia Elisabeth Leën, Nederlands Bidprentjes Archief
| Voorganger: J.J. Gielen |
Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1948-1952 |
Opvolger: J.M.L.T. Cals |
| Voorganger: Pieter Wilhelmus Kamphuisen |
Rector magnificus van de Radboud Universiteit Nijmegen 1941-1942 |
Opvolger: Bernard Hermesdorf |