districtshoofd
Uiterlijk
- Geluid: districtshoofd (hulp, bestand)
- IPA: / dɪs'trɪktshoft / (3 lettergrepen)
- dis·tricts·hoofd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | districtshoofd | districtshoofden |
| verkleinwoord |
het districtshoofd o
- (politiek) iemand die leiding geeft aan de overheid van een district
- ▸ Op het bordes ontmoette hij twee landeigenaren, van wie hij er een kende. Deze man, een gewezen districtshoofd, sprak met grote heftigheid:[2]
- ▸ De spanning speelt zich af in de regio's Oromia en Somali. Afgelopen dinsdag zouden in Oromia vijftig etnische Somaliërs zijn gedood door gewapende Oromo-militanten. De Oromo beschuldigen van hun kant gewapende etnische Somaliërs van de moord op een plaatselijk districtshoofd.[3]
- Het woord districtshoofd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
- ↑
Weblink bron “Duizenden mensen op de vlucht na gevechten in Ethiopië” (17-09-2017), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Politiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal