prooi
Uiterlijk
- prooi
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prooi | prooien |
| verkleinwoord | prooitje | prooitjes |
- (dierkunde) buit van een roofdier
- slachtoffer
- ten prooi vallen aan
slachtoffer worden van
- ∗ Wanneer mensen er toch bevrediging in zoeken, komt dat omdat ze ten prooi zijn aan vals, onecht bewustzijn.[3]
- ∗ Vorig jaar viel het dorpje Kalapana ten prooi aan de langzaam oprukkende lava, die zich vervolgens sissend en stomend in de oceaan stortte.[4]
- Het woord prooi staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "prooi" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "prooi" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dierkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %