splitvrucht
Uiterlijk
- Geluid: splitvrucht (hulp, bestand)
- split·vrucht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | splitvrucht | splitvruchten |
| verkleinwoord | - | - |
- (beschrijvende plantkunde) een niet-openspringende vrucht, die zich bij rijpheid splitst in afzonderlijke dopvruchten
- Het woord splitvrucht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.