close
Naar inhoud springen

termijn

Uit WikiWoordenboek
  • ter·mijn
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tijdruimte’ voor het eerst aangetroffen in 1226 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord termijn termijnen
verkleinwoord termijntje termijntjes

determijnm

  1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn
    • Daar is een termijn voor gesteld. 
  2. een begrensde tijdruimte waarin iets moet gebeuren
     Ingehaald door de wens om op korte termijn de eerste sociale verzekeringswet, de Ongevallenwet van 1901, in te voeren en daarin een regeling op te nemen voor' de behandeling van de bezwaren tegen genomen beslissingen, is in 1902 de Beroepswet in werking getreden.[3]
     Ze zijn in staat tot langdurige actie die op termijn tot een bepaald doel leidt.[4]
    • Je hebt een termijn van 11 uur. 
     Maandag waarschuwde het CBL al dat deze blokkade op langere termijn ook invloed kan hebben op de boodschappen als de leveringen helemaal stilgelegd moeten worden. Ook onder andere de bezorgdienst Picnic en flitsbezorgers als Gorillas ondervinden hinder van de boerenprotesten.[5]
  3. een gedeelte van de schuld dat binnen een vaste periode betaald moet worden
    • Wij doen helaas niet aan afbetaling in termijnen. 
  • op korte termijn
  • op termijn
98 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]