close
Naar inhoud springen

toeren

Uit WikiWoordenboek
  • toe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toeren
toerde
getoerd
zwak -d volledig

toeren

  1. ergatief uitgebreid rondreizen
    • Hij toert al jaren door het hele land. 


detoerenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toer
  • op volle toeren
met maximale snelheid
 Ik zie de radertjes in haar hoofd op volle toeren draaien.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be