close
Naar inhoud springen

Depressie (klinisch)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Klinische depressie)
Esculaap
Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Klinische depressie
Depressie
Coderingen
ICD-11
Eerdere versies
ICD-10: F32, F33
ICD-9: 296
OMIM 608516
DiseasesDB 3589
DOID 1470
MedlinePlus 003213
eMedicine med/532
MeSH D003863
Richtlijnen
NHG-standaard M44/samenvatting
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Depressie is in de psychiatrie een stemmingsstoornis, een psychische aandoening die zich kenmerkt door zware neerslachtigheid, een vervlakking van het emotionele leven, en een verlies aan levenslust.

In het dagelijkse spraakgebruik wordt de term depressief min of meer losjes gebruikt voor uiteenlopende gemoedstoestanden, variërend van een korte dip tot ernstige neerslachtigheid.

Criteria en statistieken

[bewerken | brontekst bewerken]

Behandelaars, verzekeraars en beleidsmakers spreken pas van een klinische depressie, als aan een aantal criteria wordt voldaan. Deze zijn vastgelegd in verschillende diagnostische en statistische handboeken. Belangrijk zijn daarbij:

In 2016 leed volgens het RIVM ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking, of 550.000 mensen, aan een depressie.[1] Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaf in 2014 8% van de Nederlandse bevolking aan depressief geweest te zijn in het afgelopen jaar. Geschat wordt dat 20% van de Nederlandse bevolking op enig moment in zijn leven last krijgt van een klinische depressie.[2] De naam "unipolaire depressie" wordt wel gebruikt ter onderscheid van periodieke depressies, zoals die zich voordoen bij bipolaire stoornissen. Oudere beschrijvingen als vitale depressie, melancholie, of endogene depressie, komen in grote lijnen overeen met de moderne 'depressieve stoornis'.

Een depressieve episode moet volgens de DSM-IV-TR[3] aan de volgende criteria voldoen:

A. Vijf (of meer) van de volgende symptomen waren in dezelfde periode van twee weken aanwezig, en wijken af van het eerdere functioneren; minstens een van de symptomen is ofwel (1) een sombere stemming, ofwel (2) verlies van interesse of plezier.

  • Sombere stemming. Bij kinderen en adolescenten kan de stemming prikkelbaar zijn.
  • Duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten.
  • Onbedoeld gewichtsverlies of gewichtstoename, of veranderde eetlust. Bij kinderen moet gedacht worden aan het niet bereiken van de - vanwege de groei - te verwachten gewichtstoename.
  • Niet kunnen slapen of te veel slapen.
  • Psychomotorische agitatie (fysieke onrust) of juist vertraging.
  • Vermoeidheid of verlies van energie.
  • Gevoelens van waardeloosheid, of buitensporige of onterechte schuldgevoelens.
  • Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid.
  • Terugkerende gedachten aan de dood (niet alleen de vrees om dood te gaan); terugkerende suïcidegedachten zonder een specifieke suïcidepoging; of een specifiek plan om zelfmoord te plegen.

B. De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een "gemengde episode": er is niet, of nauwelijks sprake van manische kenmerken.

C. De symptomen veroorzaken ofwel 'klinisch significant lijden', ofwel een belemmering van het functioneren in sociale of beroepsmatige omstandigheden.

D. De symptomen zijn geen direct fysiologisch gevolg van het gebruik van drugs of medicatie, of van een lichamelijke aandoening, bijvoorbeeld hypothyreoïdie.

E. De symptomen zijn niet het gevolg van rouwverwerking.

De criteria voor een depressieve episode in de DSM-5[4] komen grotendeels overeen met die in de DSM-IV-TR, behalve dat rouw niet langer een reden is om géén depressie diagnose vast te stellen.

Overige kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

De DSM-5[4] onderscheidt voor depressies meerdere indelingscriteria.

Beginleeftijd

[bewerken | brontekst bewerken]

Een depressieve stoornis kan vroeg (voor 21e jaar) of laat (na 21e jaar) beginnen.

Type depressie

[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn verschillende typen depressieve episoden, met steeds andere kenmerken:

  • angstige stemming
  • gemengde kenmerken: met manische kenmerken, maar onvoldoende om van een gemengde episode te spreken
  • melancholische kenmerken
    • depressieve gevoelens erger in de ochtend
    • vroeg wakker worden
    • fysieke onrust of juist vertraging
    • verminderde eetlust of gewichtsverlies
    • buitensporige of onterechte schuldgevoelens
  • atypische kenmerken
    • stemming verbetert wél na positieve gebeurtenissen
    • te veel slapen
    • toegenomen eetlust of gewichtstoename
    • zwaar gevoel in de ledematen
    • gevoeligheid voor sociale afwijzing
  • psychotische kenmerken, al dan niet overeenkomend met de gemoedsstemming
  • catatonie
  • begin rond de zwangerschap/bevalling: een postnatale depressie
  • seizoensgebonden patroon

De ernst van een depressieve episode wordt bepaald aan de hand van het aantal symptomen, de ernst van de symptomen, en de hoeveelheid lijden en de (sociale) beperking die iemand ervaart.

Bij een milde depressieve episode zijn er weinig extra symptomen aanwezig, bovenop de symptomen die minimaal vereist zijn voor de diagnose. De symptomen veroorzaken enig lijden, maar minimale beperkingen en zijn nog beheersbaar.

Bij een matige depressieve episode zijn symptomen en lijdensdruk gemiddeld, tussen licht en ernstig in.

Het aantal symptomen is bij een ernstige episode (veel) groter dan de vijf die minimaal nodig zijn voor een diagnose. Deze symptomen zorgen voor ernstig lijden, en zijn niet meer onder controle te houden, waardoor ze grote beperkingen opleveren op het gebied van sociale interactie en werk.

Depressieve episodes kunnen ingedeeld worden in drie klassen: actieve episode (ziek), gedeeltelijk in remissie (gedeeltelijk herstel) en volledig in remissie (volledig herstel).

In de DSM-5[4] zijn de depressieve stoornissen afgesplitst van de bipolaire stoornissen. Het hoofdstuk depressieve stoornissen bevat criteria voor de disruptieve stemmingdisregulatiestoornis, klinische depressie, persisterende depressieve stoornis (dysthymie), premenstruele stemmingsstoornis, depressie veroorzaakt door drugs/medicatie, depressie veroorzaakt door een andere medische aandoening, en andere depressieve stoornissen (al dan niet gespecificeerd). Deze stoornissen worden allemaal gekenmerkt door de aanwezigheid van een sombere, lege of geïrriteerde stemming. De verschillen tussen de stoornissen hebben vooral te maken met de oorzaken en de ernst/timing van deze symptomen.

Klinische depressie/depressieve stoornis

[bewerken | brontekst bewerken]

Een "klinische depressie" of "depressieve stoornis" behelst een of meer depressieve episoden, die niet beter verklaard worden door bijvoorbeeld schizofrenie, of door een bipolaire stoornis. Bij terugkerende depressieve episoden, is sprake van een "recidiverende depressieve stoornis".

Chronische depressieve stoornis

[bewerken | brontekst bewerken]

Een depressievorm met minder sterke symptomen, maar die jarenlang kunnen duren is de dysthymie of dysthyme stoornis. Dysthymie is volgens de DSM-IV-TR een lichte, chronische depressieve stoornis. Daarbij is een kleiner aantal symptomen voldoende voor de diagnose "klinische depressie". Wel moeten de symptomen minstens twee jaar aanwezig zijn.

Andere depressieve stoornissen

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij depressieve symptomen die buiten de eerder genoemde diagnoses vallen, is de diagnose "andere depressieve stoornis" mogelijk, met al dan niet een verklarende toelichting. Een dergelijke "gespecificeerde diagnose" is bijvoorbeeld een terugkerende korte depressie met, gedurende minstens twaalf maanden, minimaal eens per maand genoeg symptomen voor een depressieve episode, maar met een te korte duur (2-13 dagen) voor de diagnose "klinische depressie".

De oorzaken voor een klinische depressie zijn velerlei. Persoonlijkheids-problematiek, omgevingsfactoren zoals een langdurige prikkel of combinatie van prikkels, waar geen invloed op kan worden uitgeoefend, en met name verlies, kunnen een rol spelen bij de totstandkoming van een depressie.

Bij een eerste depressie is bij het getroffen individu vrijwel altijd sprake van ernstig beleefd verlies, zoals de breuk in een relatie, een overleden naaste, het verlies van een betrekking of van sociale status, het verlies van lichamelijke integriteit of van gezondheid, van materieel bezit, van een ideaal....

Bij de jongen van vele primatensoorten is, na separatie van de moeder, een gedragspatroon vastgesteld dat sterke overeenkomsten vertoont met een klinische depressie.[5][6] De gesepareerde jongen vertonen aanvankelijk gedrag en symptomen die moeten leiden tot een terugvinden van de moeder, en vervolgens gedrag dat moet voorkomen dat ze door roofdieren worden opgemerkt. Vanuit deze optiek was depressie mogelijk ooit een nuttig, evolutionair ontwikkeld overlevingsmechanisme, maar is het nu een overtollige erfenis van de menselijke evolutionaire voorgeschiedenis.[7]

Een bekende risicofactor voor het ontwikkelen van een depressie is hoog neuroticisme.[8][9] Ook kan de oorzaak lichamelijk van aard zijn. Vaak spelen meerdere omstandigheden een rol. Het is niet altijd eenvoudig om de psychische oorzaak of aanleiding van een depressie op te sporen. Is de aanleiding van een depressie wel direct te achterhalen, dan is dit een reactieve depressie.

Herhaalde klinische diagnose

[bewerken | brontekst bewerken]

Naarmate depressies vaker bij eenzelfde persoon optreden, lijken de uitlokkende factoren minder heftig te hoeven zijn. Ook zijn er aanwijzingen dat recidieven moeilijker te behandelen worden, naarmate eerdere depressies langer geduurd hebben. De kwetsbaarheid voor depressies neemt met andere woorden toe, naarmate iemand vaker of langer klinisch depressief is geweest. Dit wijst op het belang van het tijdig starten met behandelen.

Niet verwerkt persoonlijk leed

[bewerken | brontekst bewerken]

In sommige gevallen ontwikkelen depressies zich uit andere psychische problemen. Rouwverwerking is bijvoorbeeld een normaal menselijk proces, maar bij sommige mensen herstelt de balans zich niet en kunnen depressieve symptomen ontstaan. Ook kunnen bij grote veranderingen in het leven aanpassingsproblemen gepaard gaan met depressie.

Universeel karakter depressies

[bewerken | brontekst bewerken]

Wetenschappelijk crosscultureel onderzoek toont aan dat symptomen van depressie wereldwijd in alle culturen voorkomen. Dit kan suggereren dat een depressie aanvankelijk kan beginnen als een lichamelijke aandoening en dat patiënten hier na verloop van tijd een psychologische invulling aan kunnen geven. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar echter in twee richtingen.

Verschillende wetenschappelijke studies hebben statistische verbanden tussen bepaalde pesticiden en depressie gevonden.[10][11] Dit verschijnsel is marginaal als oorzaak en wordt vooral in ontwikkelingslanden soms gevonden.

Immuuntheorie

[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn aanwijzingen dat bij diverse ernstige psychiatrische aandoeningen, waaronder klinische depressie, het immuunsysteem een belangrijke rol speelt.[12][13]

Lichamelijke aandoeningen en depressie

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij een aantal lichamelijke aandoeningen kunnen depressieve verschijnselen optreden. Vaak is dit het geval bij ernstige of dodelijke aandoeningen, zoals kanker of aids. Neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson of ME), endocriene aandoeningen (bijvoorbeeld hypothyreoïdie), bepaalde virale aandoeningen enzovoort kunnen ook depressieve symptomen veroorzaken. Dergelijke stemmingsstoornissen hebben in de medische handboeken een afzonderlijke classificatie.

Middelengebruik en depressie

[bewerken | brontekst bewerken]

Depressiviteit kan ook het gevolg zijn van gebruik of misbruik van bepaalde middelen, bijvoorbeeld drugs, geneesmiddelen of alcohol. Vaak is een diagnose moeilijk te stellen, omdat het gebruik van middelen ook voorkomt als zelfmedicatie bij mensen die al depressieve verschijnselen hebben. Ook deze aandoeningen worden afzonderlijk geclassificeerd. Veelal moet dan eerst het middelengebruik, als probleem, aangepakt worden, alvorens de depressie kan worden behandeld.

Elke depressie is verschillend en vraagt om een eigen aanpak. De belangrijkste behandelingen zijn cognitieve gedragstherapie, en medicatie met antidepressiva. De combinatie kan beter werken dan de twee apart. Na beëindiging van de cognitieve gedragstherapie, of na stoppen van de antidepressiva, kan de depressie na verloop van tijd weer terugkeren. Recent onderzoek, in het kader van terugvalpreventie, laat zien dat een cognitieve training, gericht op cognities, dagdromen en fantaseren, bescherming kan bieden tegen een terugval.[14]
Cognitieve gedragstherapie (CGT) leert depressieve patiënten dat hun gedachten vaak onrealistisch en disfunctioneel zijn. Onderdeel van de behandeling kan zijn: de patiënten zich actiever te laten gedragen en positiever te laten denken (minder piekeren) om zo de neerwaartse spiraal van depressief terugtrekgedrag en sombere gedachten over zichzelf, de toekomst en de wereld te doorbreken. Deze behandeling is met name effectief bij niet-chronische depressies.

CGT vormt ook de basis voor bewezen effectieve online zelfhulp, gericht op het behandelen van een lichte tot milde depressie.[15]

Nieuwere behandelingsvormen

[bewerken | brontekst bewerken]

Nieuwere behandelingsvormen zijn "mindfulness based cognitive therapy" (MBCT), en "acceptance and commitment therapy" (ACT). ACT is erkend als evidence-based behandeling voor depressie, en MBCT als evidence-based voor het voorkomen van een terugval, na minstens 3 depressieve episodes.[16][17] Onderzoek toont aan dat gedragsactivatie minstens even effectief is als medicatie voor matige en ernstige depressie, en heel wat effectiever dan cognitieve therapie. Gedragsactivatie is ook erkend als evidence-based behandeling voor depressie.[18] Bovendien is er minder uitval dan bij medicatie.[19]

Antidepressiva (medicatie)

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij milde en matige depressie blijken antidepressiva niet effectief, alleen bij ernstige depressies hebben deze stoffen zin.[20]

Middelengebruik

[bewerken | brontekst bewerken]

Als depressieve symptomen voortkomen uit een lichamelijke aandoening of middelengebruik (bijvoorbeeld van cocaïne), dan richt de behandeling zich aanvankelijk vooral op het beïnvloeden van deze factoren.

Lichaamsbeweging

[bewerken | brontekst bewerken]

Regelmatig intensief bewegen of sport is voor mensen met een depressie zeer gunstig. Hardlopen verhoogt de hoeveelheid endorfinen in het lichaam. Er zijn aanwijzingen dat endorfinen, en andere van nature in het lichaam voorkomende opioïden, een antidepressieve werking hebben. Een behandeling die zich specifiek op activering richt is de running therapy, het begeleid sporten voor mensen met een depressie. Fietsen en zwemmen hebben een vergelijkbaar effect.

Elektroshocks

[bewerken | brontekst bewerken]

Elektroconvulsietherapie (ECT) is soms effectief bij een zware depressie,[21] ook als deze gepaard gaat met psychotische symptomen zoals hallucinaties. ECT wordt vrijwel alleen gebruikt als behandeling met antidepressiva, en psychotherapie niet helpen. ECT kan geheugenverlies veroorzaken en wordt mede hierom slechts gebruikt bij de zwaarste gevallen.

Diepe hersenstimulatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Diepe hersenstimulatie is een experimentele behandelmethode voor ernstige, "therapie-resistente" depressie. In het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam en in het St. Elisabeth Ziekenhuis te Tilburg loopt op dit moment een onderzoek naar de effectiviteit van deze behandeling.[22][23]

Literatuuronderzoek naar ziekteverzuim door depressie

[bewerken | brontekst bewerken]

De Cochrane-review publiceerde in 2020 een literatuuronderzoek. Het literatuuronderzoek evalueerde gepubliceerde onderzoeken van werkgerichte en klinische interventies, bij werknemers met symptomen van depressie, slecht functioneren en ziekteverzuim. De conclusie was dat een combinatie van een werkgerichte met een klinische (intramurale) interventie, psychologische interventies, en interventies die de kwaliteit van zorg verhogen, nuttig zijn als aanpak van depressie op de werkvloer.[24]

De kans op terugval na een eerste depressie is circa 30%. Na een tweede depressie neemt deze toe tot 75%, en na drie depressies is de kans op terugval ongeveer 90%.[25] Ook is herstel van een depressieve episode vaak onvolledig. De restsymptomen die de kans op terugval in een nieuwe depressieve episode verhogen blijven bestaan.

Bronnen en referenties

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Major depressive disorder van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.