honden
Uiterlijk
- hon·den
de honden mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hond
- ▸ Pas een hele tijd later klonk in de verte een politiesirene, gevolgd door het geluid van blaffende honden.[1]
- ▸ Een zwart-wit beeld uit de jaren vijftig van de vorige eeuw: regen op het Lodewijk Napoleonplein in Assen, een man met een paraplu laat zijn honden uit, huizen van baksteen onder steile driehoekige daken. Er is maar een verbinding met het beeld van de schamele behuizingen in Tutwiler, Mississippi: de blues.[2]
- met onwillige honden is het slecht hazen vangen
met mensen die iets niet willen kun je moeilijk een doel bereiken
- Het woord honden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
honden
- meervoud van hond
honden
- meervoud van hond
honden
- meervoud van hond
honden
- meervoud van hond
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Drents
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Drents
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nedersaksisch
- Woorden in het Sallands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Sallands
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Veluws