hoofdstation
Uiterlijk

- hoofd·sta·ti·on
- samenstelling van hoofd zn en station zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoofdstation | hoofdstations |
| verkleinwoord | hoofdstationnetje | hoofdstationnetjes |
- het belangrijkste station van een stad of spoorlijn
- ▸ Vanwege de werkzaamheden reden gisteren ook al minder treinen van en naar het hoofdstation. Vannacht om 00:50 uur vertrok de laatste trein.[2]
- ▸ Wanneer je zo bent gewend iets op te zeggen, is het dan niet een soort blijdschap om dat gedachteloos van je lippen te laten rollen? Ze stonden in die tinctuur, een weliswaar dunne blijdschap, die je nooit kon aanraken, nooit echt kon voelen, totdat de treindeuren opengingen op hoofdstation Centrum, en naar buiten tuimelden de passagiers, met zovelen - je zou niet hebben gedacht dat de trein zovelen kon bevatten.[3]
- belangrijkste waarnemingspost
- ▸ Voor zo'n warme dag moet het minimaal 20,0 graden worden op het hoofdstation in De Bilt. Dat gebeurde rond 13.20 uur, toen daar 20,2 graden werd gemeten.[4]
- Het woord hoofdstation staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Station Groningen ruim twee maanden dicht vanwege verbouwing” (10 mei 2025), NOS - ↑ Jesse Ball“Het duikersspel” (2020), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021417974 - ↑
Weblink bron “Het mocht even duren dit jaar: voor het eerst 20 graden in De Bilt” (4 mei 2023), Tubantia