close
Naar inhoud springen

houtsplinter

Uit WikiWoordenboek
  • hout·splin·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord houtsplinter houtsplinters
verkleinwoord houtsplintertje houtsplintertjes

dehoutsplinterm

  1. smal naaldvormig houtdeeltje
     Het evangelie maakt immers duidelijk dat wij mensen er toe doen, dat wij meer zijn dan houtsplinters op de oceaan, meer dan speldenknopjes in een onmetelijk, uitdijend heelal.[2]
     De gealarmeerde agenten konden ook in het donker het spoor van de jonge coureur met zijn bijzondere sleep gemakkelijk volgen. Onderweg waren voldoende houtsplinters achtergebleven, op de straat, de stoeprand en de vangrails. Verscheidene verkeersborden sneuvelden.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 5 januari 2022 Weblink bron
    prof. dr. J. Hoek
    “Integrale oratie prof. dr. J. Hoek” (3 oktober 2006), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 5 januari 2022 Weblink bron “Dollemansrit met boomstam” (14 juni 2018), Reformatorisch Dagblad