close
Naar inhoud springen

lief

Uit WikiWoordenboek
  • lief
enkelvoud meervoud
naamwoord lief lieven
verkleinwoord liefje
liefie
lieveke
liefjes
liefies
lievekes

hetliefo

  1. vrouwelijke persoon met wie je verkering hebt
  • Lief en leed delen
allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen lieflieverliefst
verbogen lievelievereliefste
partitief liefslievers-

lief

  1. vriendelijk, zachtaardig
     Ze zat vol tegenstrijdigheden, was ontwapenend lief maar kon ook onverwacht fel uit de hoek komen zodra iemand te dichtbij kwam of te veel van haar verwachtte.[3]
  2. mooi, fijngebouwd
     Wanneer ze een tel is ingedut en haar gezicht eindelijk weer iets kinderlijks krijgt, met een lief onderkinnetje en al.[4]
     Ik vond het ontzettend lief dat je gisteren alle techniek voor Joy hebt gedaan, dat wilde ik je nog zeggen.[4]

lief

  1. vriendelijk, behulpzaam
     Ik vond het ontzettend lief dat je gisteren alle techniek voor Joy hebt gedaan, dat wilde ik je nog zeggen.[4]
  • meer/minder dan mij lief is
meer/minder dan gewenst
 Wanneer passagiers zonder koffer huiswaarts keren, wordt die bagage zo snel mogelijk nagestuurd. "Maar er komen ook weer nieuwe bij", legt de woordvoerder uit. Er zijn altijd wel wat koffers die tijdelijk op de luchthaven achterblijven. "Maar nu zijn het er wel veel, meer dan ons lief is.[5]
  • de dood kent geen lieve kinderen
iedereen gaat dood
  • Die me lief heeft, volgt me
Stoett-1392 [6]
  • Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers
op de wereld lopen er allerlei merkwaardige mensen rond
  • Voor het (lieve) vaderland weg
in grote mate, onbekommerd, zonder veel complimenten [7]
  • Zolang de ezel zakken draagt, heeft de mulder hem lief
veel mensen doen aardig tegen iemand zolang ze hem of haar nog ergens voor nodig (kunnen) hebben
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. lief op website: Etymologiebank.nl
  2. "lief" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2022 Weblink bron “Na de reizigers hopen nu de koffers zich op op Schiphol” (29 juni 2022), NU.nl
  6. www.dbnl.org
  7. Stoett-2321 www.dbnl.org
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • lief

lief

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd van laufen
  2. derde persoon enkelvoud verleden tijd van laufen

lief

  1. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van liewen
  • Afgeleid van het Oudnederlandse *liof

lief

  1. geliefd
  2. lief

lief

  1. lijf
  • Afgeleid van het Angelsaksische lēof

lief

  1. geliefd

lief

  1. lijf
  • Afgeleid van het Middelnederlandse lijf

lief

  1. lijf