oranjetip
Uiterlijk
- oran·je·tip
- samenstelling van oranje bn en tip zn , naar de kleur die de uiteinden van de voorvleugels bij de mannetjes hebben
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oranjetip | oranjetippen |
| verkleinwoord | oranjetipje | oranjetipjes |
de oranjetip m
- (dierkunde) bepaald soort dagvlinder, Anthocharis cardamines
uit de familie Pieridae
, de witjes
- ▸ Een oranjetip bezocht één voor één de pinksterbloemen.[1]
- Het verkleinwoord "oranjetipje" is de meer gangbare benaming.
- Het woord 'oranjetip' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Robin Hannelore“Dagboek van een groenridder. Een jaar wandelen in de natuur.” (1988), Uitgeverij de Roerdomp, Brecht / Antwerpen, ISBN 9063075812, p. 32 op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dierkunde in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal