pleerol
Uiterlijk

- plee·rol
- samenstelling van plee zn en rol zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pleerol | pleerollen |
| verkleinwoord | pleerolletje | pleerolletjes |
- (informeel) rol toiletpapier; rol wc-papier
- Op een camping ben je niet alleen de hele dag heerlijk buiten, iedereen is er ook gelijk. Met die pleerol onder de arm zien we er per slot van rekening allemaal even knullig uit… Je groet elkaar, praat over koetjes en kalfjes en helpt elkaar, met bijvoorbeeld een tip voor een leuk uitje of door de pomp uit te lenen voor het luchtbed. [1]
- kartonnen kokertje waaromheen toiletpapier gewikkeld zit
- Het woord pleerol staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pleerol" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 46 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ De Telegraaf 11 aug. 2014 Kamperen in de stad
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be