schoenfabriek
Uiterlijk
- Geluid: schoenfabriek (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsxuɱfaˌbrik / (3 lettergrepen)
- schoen·fa·briek
- samenstelling van schoen zn en fabriek zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schoenfabriek | schoenfabrieken |
| verkleinwoord | schoenfabriekje | schoenfabriekjes |
de schoenfabriek v
- (industrie) bedrijf waar men machinaal schoenen produceert
- ▸ Datgene waarvan ik als jong meisje dacht dat het toeval was, namelijk dat ik in een schoenwinkel stond omdat mijn vader ooit als voorman bij schoenfabriek Oscaria in (3)rebro heeft gewerkt, bleek iets wat me zou blijven vergezellen.[1]
- ▸ De laarzen worden onderdeel van de standaarduitrusting van het leger. Emma mag drie jaar lang de materialen en het logistieke traject verzorgen van de woestijnlaarzen, die NFSSP zelf in elkaar zet in zijn plaatselijke schoenfabriek. Daarnaast stelt het bedrijf zijn Nederlandse kennis, ervaring en begeleiding beschikbaar. Emma, dat 86 jaar geleden werd opgericht, spreekt van de grootste order ooit.[2]
- Het woord schoenfabriek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Henning Mankell (vert.Clementine Luijten)“Italiaanse schoenen” (2011), De Geus (uitgeverij), ISBN 9789044521832
- ↑
Weblink bron Navin Bhagwat“Megadeal met woestijnlaarzen voor Nederlandse schoenenfabrikant” (27-10-2017M062784.re.48), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Industrie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal