wisdoek
Uiterlijk
- wis·doek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wisdoek | wisdoeken |
| verkleinwoord | wisdoekje | wisdoekjes |
de wisdoek m
- lap stof waarmee men iets kan af- of wegvegen
- Het woord wisdoek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wisdoek" herkend door:
| 63 % | van de Nederlanders; |
| 63 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 63 %
- Prevalentie Vlaanderen 63 %