Duniet
Duniet is een type peridotiet, een ultramafisch kristallijn gesteente. Het bestaat voornamelijk uit het mineraal olivijn. Daarnaast bevat het meestal een klein aandeel chromiet.
In de IUGS-classificatie is duniet gesteente waarin van de totale modale hoeveelheid olivijn en pyroxeen minstens 40% olivijn is.[1] Duniet kan kleine hoeveelheden orthopyroxeen (enstatiet), clinopyroxeen (diopsied), granaat (pyroop) of spinel (chromiet of magnetiet) bevatten. Als peridotiet minder dan 90% olivijn bevat, spreekt men niet van duniet maar van lherzoliet, harzburgiet of wehrliet.
De naam duniet werd voor het eerst gebruikt door de Oostenrijkse geoloog Ferdinand von Hochstetter in 1859. Hij noemde het gesteente naar Mount Dun in de buurt van Nelson op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland.
Peridotiet is een zeldzaam gesteente aan het oppervlak, maar vormt verreweg het belangrijkste bestanddeel van de aardmantel. De normale samenstelling is lherzoliet, maar door partieel smelten kunnen andere vormen zoals duniet of harzburgiet ontstaan. Duniet is meestal waarschijnlijk gevormd als cumulaat dat overbleef na partieel smelten.
Voetnoten
[brontekst bewerken]- ↑ Le Maitre et al. (2002)
Bronnen en verwijzingen
[brontekst bewerken]- (en) Le Maitre, R.W. (ed.); Streckeisen, A.; Zanettin, B.; Le Bas, M.J.; Bonin, B.; Bateman, P.; Bellieni, G.; Dudek, A.; Efremova, F.; Keller, J.; Lameyre, J.; Sabine, P.A.; Schmid, R.; Sørensen, H. & Woolley, A.R., 2002: Igneous Rocks, A Classification and Glossary of Terms, Recommendations of the International Union of Geological Sciences Subcommission on the Systematics of Igneous Rocks (2nd ed.), Cambridge University Press, ISBN 978-0-521-66215-4.
- (en) Philpotts, A.R. & Ague, J.J.; 2022: Principles of Igneous and Metamorphic Petrology (3rd ed.), Cambridge University Press, ISBN 978-1-108-49288-1. DOI:10.1017/9781108631419