geboortedaling
Uiterlijk
- ge·boor·te·da·ling
- samenstelling van geboorte en daling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geboortedaling | geboortedalingen |
| verkleinwoord |
de geboortedaling v
- (demografie) structurele daling van het aantal geboorten in een gebied in een bepaalde periode
- Naast de geboortedaling kent Limburg ook een negatief migratiesaldo.
- Het woord geboortedaling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.