gesuikerd
Uiterlijk

- ge·sui·kerd
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gesuikerd | gesuikerder | gesuikerdst |
| verbogen | gesuikerde | gesuikerdere | gesuikerdste |
| partitief | gesuikerds | gesuikerders | - |
gesuikerd
- (kookkunst) met veel suiker bestrooid of bereid
- ▸ Mijn nicht bleek fruit bij zich te hebben: partjes mandarijn op gesuikerd sap, kant-en-klaar in een plastic bakje uit de supermarkt.[3]
| vervoeging van: | suikeren… |
| verbogen vorm: | gesuikerde |
gesuikerd
- Het woord gesuikerd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gesuikerd" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Mariët Meester“Mijn familie ging steeds ongezonder eten, dat zorgde voor gesteggel” (7 juni 2019) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Marjoleine de Vos“Wijn bij de lunch? Dat is voor de levensgenieters” (11 april 2019) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -d
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Kookkunst in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %