close
Naar inhoud springen

opgave

Uit WikiWoordenboek
  • op·ga·ve
enkelvoud meervoud
naamwoord opgave opgaven
verkleinwoord

deopgavev/m

  1. (wiskunde) rekensom, raadsel
    • De opgaven in deze toets zijn meerkeuzevragen. 
  2. een moeilijke klus, onderneming
    • Het winnen van deze wedstrijd zal een schier onmogelijke opgave zijn. 
     Dat is geen gemakkelijke opgave, zegt gedragswetenschapper Merkelbach. "Verandering leidt altijd tot weerstand." Zeker bij ingesleten gewoontes zijn veranderingen volgens haar lastig, en fietsen zonder helm is voor Nederlanders doodnormaal.[1]
  3. het opgeven (van de strijd)
    • Na de opgave van zijn tegenstander ging de tennisser automatisch door in het toernooi. 
  4. een document dat financiële activiteiten samenvat
    • Ik heb een opgave ontvangen van mijn betaalde premies. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be