vorming
Uiterlijk
- vor·ming
- Naamwoord van handeling van vormen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vorming | vormingen |
| verkleinwoord | vorminkje | vorminkjes |
de vorming v
- het ontstaan, het ontwikkelen, het maken.
- (onderwijs) het onderwijs, het aanleren
- ▸ In zijn boeken richt Niebuhr zich op de uitbreiding van het rijk, de oorlogen, het functioneren van het administratief apparaat, de wetgeving en gewoonten, en de morele vorming (Bildung) van de Romeinen.[3]
- Het is zeer verkeerd om menschen die zonder geneeskundige vorming, alleen in het bezit zijn van eenige heelkundige kennis, tot de studie of tot het examen in de verloskunde toe te laten. [4]
- ▸ In zijn boeken richt Niebuhr zich op de uitbreiding van het rijk, de oorlogen, het functioneren van het administratief apparaat, de wetgeving en gewoonten, en de morele vorming (Bildung) van de Romeinen.[3]
1. het ontstaan...
- Het woord vorming staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vorming" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑ Jacqueline Klooster“Klassieke literatuur” (2017), Amsterdam University Press
, ISBN 9789089649805 - ↑ Chiel van den Akker“Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310578 - ↑ Naegele, Hermann Franz; Hendrik Jan Broers (1843). Leerboek der verloskunde, p. 8. Uitg.: C. Vander Post Jr.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be