close
Naar inhoud springen

Huis te Est

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Huis te Est
Het Huis te Est (1759)
Het Huis te Est (1759)
Locatie
Plaats Est, Vlag van Nederland Nederland
Bouwkundige informatie
Kasteeltype adellijk huis
Bouwmateriaal baksteen
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1250-1350
Gesloopt in 18e eeuw

Het Huis te Est was een kasteel of omgracht adellijk huis in het Nederlandse dorp Est, in de provincie Gelderland. Het huis was eeuwenlang nauw verbonden met de heerlijkheid Est en met het adellijke geslacht Van Est, dat vermoedelijk de stichters van het kasteel leverde.

Het kasteel werd vermoedelijk tussen 1250 en 1350 gesticht door het geslacht Van Est, dat in deze periode de heerlijkheid Est bezat. In de veertiende eeuw duiken leden van deze familie regelmatig op in de archieven. In 1350 deden Agnes, vrouwe van Est, en haar zoon Jan van Est een schenking aan de kerk van Est. In een lijst van huiseigenaren uit 1369 wordt Henric van Est genoemd, die tot de lokale landadel werd gerekend. Leden van de familie Van Est waren ook betrokken bij regionale politieke gebeurtenissen; zo waren Jan en Henric van Est in 1377 medeondertekenaars van een verbond van Gelderse edelen.

In 1372 woonde Henric van Est op het kasteel. In de loop van de vijftiende eeuw ging het bezit via erfenis en huwelijk over op andere adellijke families. In het eerste kwart van de vijftiende eeuw was Johanna van Cuyk met het kasteel beleend. Na haar dood in 1428 kwam het bezit in handen van Gijsbrecht van Tuyl, die als leenman van de hertog van Gelre werd aangesteld. Binnen de familie Van Tuyl bleef het huis nog enige tijd in bezit; zo droeg Otto van Tuyl in 1491 een leen van een huis in Est over aan zijn broer Hendrik.

In 1476 trouwde Geertruid van Tuyl met een lid van de familie Van Heukelom. Aan het begin van de zestiende eeuw verkochten zij de goederen van Est aan Claes Vijgh, een ambtsman in dienst van het hertogdom Gelre. Vanaf dat moment werd de heerlijkheid niet langer door een in Est woonachtige adellijke familie bestuurd. In de zeventiende eeuw waren de geslachten Van Bloemendaal en Van Lawick eigenaar van de heerlijkheid en het huis.

In de achttiende eeuw kwamen kasteel en heerlijkheid in bezit van Johan Jacob Timmers, heer van Est en Opijnen. Na zijn overlijden in 1764 hertrouwde zijn weduwe met een lid van de familie Cox. Kort daarna gaf Godefroy Cox opdracht tot de bouw van een nieuw landhuis, ter vervanging van het oude kasteel. Dit landhuis werd echter al in 1796 weer afgebroken.

Tijdens bouwwerkzaamheden voor een bakkerij in 1988 werden resten van grachten en muurwerk aangetroffen op de locatie van het voormalige kasteel. Bij archeologisch onderzoek in 2008 werden opnieuw grachten en restanten van metselwerk gevonden.

Uit dit onderzoek bleek dat het kasteel was gebouwd op een kunstmatig opgehoogd, cirkelvormig eiland met een diameter van ongeveer twintig meter. De gracht werd eerst uitgegraven, waarna de vrijgekomen grond werd gebruikt om het eiland op te hogen. Na de sloop van het kasteel werd de gracht gedempt met puin en grond van het kasteelterrein. Het terrein werd vervolgens geëgaliseerd, waardoor in het huidige landschap geen zichtbare resten van het kasteel meer aanwezig zijn.

De aangetroffen muurresten bevonden zich buiten het kasteeleiland. Archeologen concludeerden hieruit dat het gebouw waarschijnlijk slechts een beperkte fundering had. Mogelijk ging het daarom niet om een zwaar verdedigbaar kasteel, maar eerder om een omgracht adellijk huis. Een achttiende-eeuwse vermelding uit 1772 spreekt echter van een zwaar kasteel met meerdere torens.

Merckensteijn

[bewerken | brontekst bewerken]

In de leenboeken van Asperen wordt tussen 1491 en 1697 melding gemaakt van een huis Merckensteijn of Markestein in Est. De exacte locatie van dit huis is onbekend. Mogelijk betreft het een andere benaming voor het Huis te Est, al is ook geopperd dat het om een afzonderlijk huis kan zijn gegaan dat vermoedelijk ergens aan de huidige Mark heeft gestaan.