close
Naar inhoud springen

Jessen (Elster)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jessen (Elster)
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Jessen (Elster)
Jessen (Saksen-Anhalt)
Jessen
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt Saksen-Anhalt
Landkreis Wittenberg
Coördinaten 51° 48 NB, 12° 57 OL
Algemeen
Oppervlakte 352,15 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
14.074
(40 inw./km²)
Hoogte 72 m
Burgemeester Michael Jahn (SPD)
Overig
Postcode 06917
Netnummers 03537, 035387, 035388, 035389
Kenteken WB
Gemeentenr. 15 0 91 145
Website Officiële website
Locatie van Jessen (Elster) in Wittenberg
Kaart van Jessen (Elster)
Foto's
Kasteel te Jessen, sedert 1999 stadhuis
Kasteel te Jessen, sedert 1999 stadhuis
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Jessen is een gemeente in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, en maakt deel uit van de Landkreis Wittenberg. Jessen telde op de peildatum van de meest recente statistiek 14.074 inwoners.[1] Het aantal inwoners per 31 december 2025 bedroeg 13.538.

Ligging en infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Jessen ligt aan de rivier Schwarze Elster, niet ver ten zuidoosten van haar monding in de Elbe. Deze laatste rivier loopt door de westelijke periferie van de gemeente. In het noorden van de gemeente ligt een 2.780 hectare groot bos- en heidegebied, dat tot 1990 een militair oefenterrein was. Dit is de Glücksburger Heide, waar wandelroutes zijn uitgezet. Ten noorden van de gemeente ligt de landstreek Fläming.

Naburige gemeenten zijn onder andere:

De voornaamste verkeersweg in de gemeente Jessen is de Bundesstraße 187.

Jessen heeft sinds 1875 een station aan een spoorlijn, die Dessau en Falkenberg met elkaar verbindt. Zie ook: Spoorlijn Węgliniec - Roßlau. De in de gemeente gelegen plaatsjes Linda en Holzdorf hebben stationnetjes aan een sedert 1848 bestaande spoorlijn, die Jüterbog en Röderau, gemeente Zeithain, met elkaar verbindt. Het openbaar vervoer per bus is van weinig betekenis.

Tussen het gehucht Mauken en Pretzsch vaart een veerpont over de Elbe.

De gemeente bestaat uit de volgende 44 stadsdelen:

  • Arnsdorf
  • Battin
  • Buschkuhnsdorf
  • Dixförda
  • Düßnitz
  • Gentha
  • Gerbisbach
  • Glücksburg, een gehucht nabij een voormalig kasteel
  • Gorsdorf
  • Grabo
  • Großkorga
  • Hemsendorf
  • Holzdorf, met Holzdorf-Ost rondom het militaire gebied
  • Jessen zelf, met in 2022 circa 6.200 inwoners


Bijna alle stadsdelen zijn in het verleden, totdat ze tussen 1992 en 2011 bij de stad Jessen werden gevoegd, zelfstandige gemeentes geweest. Het zijn overwegend kleine, agrarisch georiënteerde dorpen met tussen de 25 en 300 inwoners. Alleen Holzdorf (met per 1 juni 2022 bijna 1.300 inwoners), Linda en Klöden, met elk circa 500 inwoners, en de voormalige stadjes Schweinitz en Seyda, met respectievelijk bijna 1100 en ruim 900 inwoners, zijn groter.

Verscheidene van deze plaatsjes beschikken nog over een oude, soms zelfs uit de 13e eeuw daterende, evangelisch-lutherse kerk.

Geschiedenis en economie

[bewerken | brontekst bewerken]

Dit gebied was tot aan de 12e eeuw bewoond door leden van Slavische volkeren. Aan de aan Slavische talen ontleende plaats- en beeknamen, zoals Düßnitz, van Sorbisch dušnica, moerassig terrein, en Müglitz , nabij een (graf)heuvel, is dit nog te zien. In het kader van de Oostkolonisatie vestigden zich vanaf de 12e eeuw boeren uit Duitstalige streken. Ook ontstond in die tijd een burcht op het heuveltje, waar zich nu nog het Kasteel Jessen bevindt. In 1216 komt de plaats als Jezzant voor het eerst in een document voor, tegen Schweinitz reeds in 1121. Van de 15e (lakenweverij) tot en met de 19e eeuw was er enige textielnijverheid in Jessen.

Tot aan de val van Napoleon, in 1815, was Schweinitz belangrijker dan Jessen; het was in de 18e eeuw binnen het Keurvorstendom Saksen en binnen de Kurkreis het hoofdstadje van een Amt, waar Jessen ook toe behoorde. Het is een oud stadje, dat in 1373 stadsrechten verkreeg. Het bezat tot en met de 16e eeuw een kasteel, waar vele hooggeplaatsten graag op wilde zwijnen kwamen jagen; zie hierna. Ook Seyda wordt in 1506 als stadje vermeld. In 1637, tijdens de Dertigjarige Oorlog, werd Schweinitz door brand verwoest. In 1605 was er ook in Seyda al een stadsbrand geweest. In de 16e eeuw werd de Reformatie doorgevoerd; sedertdien is de overgrote meerderheid van de christenen in het gebied evangelisch-luthers, wat ook voor bijna alle kerkgebouwen in de huidige gemeente Jessen geldt.

Volgens statistische gegevens uit het jaar 1819 had Jessen toen 1400 inwoners, Schweinitz 940 en Seyda 828.

Sinds de 19e eeuw is de gemeente een centrum van kleinschalige metaal- en voedingsmiddelenindustrie, terwijl de bosbouw in de productiebossen (Grove den), de landbouw en de veeteelt in dit ietwat afgelegen plattelandsgebied ook, tot op de huidige dag, van betekenis zijn. In de gemeente is op enkele beschutte heuvelhellingen wijnbouw mogelijk, o.a. bij Schweinitz. Seyda huisvest een psychiatrische instelling, de Diest-Hof.

Ten oosten van Holzdorf, op de grens met Schönewalde in de deelstaat Brandenburg, bevindt zich een militair oefenterrein, een kazerne en een steunpunt van de Luftwaffe van de Bundeswehr, Fliegerhorst Holzdorf-Schönewalde. Reeds in de DDR-periode, vanaf 1968, was hier een luchtmachtbasis geweest.

In augustus 2002 hebben verscheidene plaatsjes in deze gemeente zware materiële schade geleden door overstromingen van de Elbe. Schützberg werd daarbij zelfs bijna geheel verwoest.

Kasteel Schweinitz

[bewerken | brontekst bewerken]

Schweinitz, 6 km ten oosten van Jessen, is een stadje, dat voor een deel in moerassig oeverland aan de rivier de Schwarze Elster ligt. Ook het plaatselijke kasteel, dat in de 12e eeuw op last van Albrecht de Beer is gebouwd, heeft in de middeleeuwen regelmatig onder water gestaan. Muren, en ook delen van het kasteel, werden gebouwd van brokjes ijzeroer, die daartoe uit het zompige land werden gepulkt.

In kasteel Schweinitz hielden zich van eind 14e eeuw tot midden 16e eeuw regelmatig Saksische keurvorsten van de lijn der Ascaniërs op, onder wie Rudolf III van Saksen (1373-1419). Door het instorten van een toren van het kasteel verloor Rudolf III in 1406 of 1407 (de bronnen spreken elkaar tegen) zijn twee laatst overgebleven zoons Wenzel (die aartsbisschop van Maagdenburg had moeten worden) en Sigismund, die op het kasteel logeerden. Zij werden samen met de hofmeester en zes schildknapen 's nachts door de toren verpletterd. Een deel van de toren stortte namelijk in de slaapvertrekken neer, en een ander deel in de Elster. Het kasteel was in die tijd dus al behoorlijk bouwvallig.

Rudolf III stierf in 1419 als gevolg van een gifmoord, en werd opgevolgd door zijn jongere broer Albrecht.

Keurvorst Ernst van Saksen liet het kasteel als jachtslot omstreeks 1480 herbouwen. Veel geluk bracht dit hem niet. Hij kwam in 1486 op de thuisreis na een wilde-zwijnenjacht bij Schweinitz om het leven door een val van zijn paard.

De uit Denemarken verjaagde koning Christiaan II verbleef in Saksen, en logeerde op 6 oktober 1523 een nacht in kasteel Schweinitz, om in een naburige kerk een preek door Maarten Luther te kunnen beluisteren. De laatste belangrijke bewoner van kasteel Schweinitz was keurvorst Johan van Saksen bijgenaamd de Standvastige, die er graag kwam jagen, en er in 1532 overleed. Daarna kwam het kasteel leeg te staan en werd in 1576 gesloopt, op één toren na, die nog enige tijd als gevangenis fungeerde. In 1600 werd op de plaats van een deel van het kasteel een Amtshaus gebouwd, dat na een brand in 1665 drie jaar later door het nog bestaande vakwerkgebouw werd vervangen. De laatste restanten van de Schweinitzer kasteelruïne zijn in de 19e eeuw opgeruimd.

Partnersteden

[bewerken | brontekst bewerken]

Jessen heeft een stedenband met Senden in Noordrijn-Westfalen.


Bekende personen in relatie tot de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Michael Stifel (Esslingen am Neckar, 1486 of 1487 - Jena, 19 april 1567) wiskundige en evangelisch-luthers theoloog, was van 1535-1547 dominee in Holzdorf, gemeente Jessen
  • Christian Hennig „von Jessen“ (geboren op 30 november 1649 in Jessen; overleden op 27 september 1719 in Wustrow, Wendland), dominee en taalkundige, beschreef aan het Sorbisch verwante talen, waaronder het toen uitstervende Polabisch; dit werk is van historisch belang binnen de slavistiek
  • Karl Lamprecht (Jessen, 25 februari 1856 – Leipzig, 10 mei 1915), historicus en professor aan de Universiteit Leipzig
Zie de categorie Jessen (Elster) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.