Plauen
| Stad in Duitsland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Deelstaat | |||
| Landkreis | Vogtlandkreis | ||
| Coördinaten | 50° 30′ NB, 12° 8′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 102,11 km² | ||
| Inwoners (31-12-2020[1]) |
64.014 (627 inw./km²) | ||
| Hoogte | 412 m | ||
| Burgemeester | Steffen Zenner (CDU) | ||
| Overig | |||
| Postcodes | 08523, 08525, 08527, 08529, 08541 (Großfriesen), 08547 (Jößnitz, Steinsdorf) | ||
| Netnummers | 03741, 037439 (Steinsdorf) | ||
| Kenteken | V (alternatief: AE, OVL, PL, RC) | ||
| Stad | 5 Stadsgebieden met 39 stadsdelen | ||
| Gemeentenr. | 14 5 23 320 | ||
| Website | Officiële website | ||
| Locatie van Plauen in Vogtlandkreis | |||
| Foto's | |||
| Oude en Nieuwe Stadhuis te Plauen | |||
| |||
Plauen is een stad in de Duitse deelstaat Saksen, en Kreisstadt van de Vogtlandkreis. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek 64.014 inwoners.[1] Hiermee is het de grootste stad in het Vogtland. Plauen is gelegen in het zuidwesten van Saksen en is op Leipzig, Dresden, Chemnitz en Zwickau na de grootste stad van Saksen. Sinds 1 augustus 2008 is Plauen een zogenaamde Große Kreisstadt, waarmee de stad speciale rechten heeft.
Vanwege de in de 17e eeuw begonnen historie van de textielindustrie, met name de productie van kant (Duits: Spitzen) voert Plauen de bijnaam Spitzenstadt. [2]
Geografie en infrastructuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Stroomgebied van de Weiße Elster
Plauen ligt aan de, hier niet bevaarbare, rivier de Weiße Elster, die vanuit Tsjechië Duitsland binnenstroomt. Deze rivier stroomt door het dal waarin het stadscentrum is gelegen. In Plauen mondt de beek Syra of Syrabach via een kanaal Mühlgraben, Molengracht, in de Weiße Elster uit. De stad bevindt zich op het laagste punt 330 meter boven NN tot een hoogte van meer dan 500 meter. De hoogste berg van de stad is de Culmberg met 525 meter en bevindt zich in het zuidelijke stadsdeel Oberlosa.
De geologie van Plauen en omgeving is gecompliceerd. Uit vele geologische tijdvakken zijn gesteenten bewaard gebleven. Zo is de heuvel Kemmler van oorsprong een tijdens het Devoon ontstane vulkaan. In de ondergrond komen talrijke geologische breuklijnen voor. Deze veroorzaken regelmatig aardbevingen. Deze zijn echter zelden zwaarder dan 3 op de Schaal van Richter, en nauwelijks merkbaar.
Stadsindeling
[bewerken | brontekst bewerken]- De 23 zgn. Gemarkungen van de stad Plauen
De stad Plauen bestaat uit 39 stadsdelen in 23 zogenaamde Gemarkungen (zie bovenstaande kaart) die in de vijf stadsgebieden Zentrum, Nord, Ost, Süd en West zijn gebundeld.
Naburige gemeentes
[bewerken | brontekst bewerken]Tenzij anders aangegeven, liggen deze in de Vogtlandkreis:
- In het noordwesten: Rosenbach
- In het noorden: de stad Greiz in de Landkreis Greiz, deelstaat Thüringen
- In het noordoosten: Pöhl
- In het oosten: Neuensalz
- In het zuidwesten: Weischlitz
- In het zuiden: Oelsnitz
- In het zuidoosten: Theuma en Tirpersdorf.
Plauen ligt grofweg halverwege de steden Zwickau, 50 km noordoostwaarts, en Hof (Beieren), 50 km zuidwestwaarts.
Verkeer en vervoer
[bewerken | brontekst bewerken]- Oude Elsterbrug, Plauen, anno 1244
- Friedensbrücke of Syratal-Viadukt over de Syra, in de B92
- De Syratalbrücke in de spoorlijn Plauen-Cheb
- Gezicht op station Plauen Oberer Bahnhof vanaf de ten zuiden ervan staande Bärenstein-toren
- Tramnet van Plauen
In de gemeente bevinden zich enkele markante bruggen en viaducten:
- De Friedensbrücke of het Syratal-Viadukt over de Syra, in de Bundesstraße 92, ligt niet ver ten westen van de stadskern. Het is een monumentale stenen boogbrug, die in 1905 werd voltooid en aanvankelijk naar koning Frederik August III van Saksen Friedrich-August-Brücke heette. De brug werd na verwoesting in de Tweede Wereldoorlog hersteld en heet sinds 1973 Vredesbrug. In 1984 en 2013 werd de brug gerenoveerd.
- De Syratalbrücke in de spoorlijn Plauen-Cheb, 2 km van Plauen Oberer Bahnhof verwijderd, is eveneens een boogbrug, die in 1871-73 gebouwd werd.
- De Alte Elsterbrücke uit 1244 is in de 19e, 20e en 21e eeuw diverse keren gerenoveerd, en van het middeleeuwse bouwwerk zijn nog slechts fragmenten aanwezig. Over de brug liep vroeger een trambaan, nu nog slechts een wandelpad. Bij de brug mondt de Syra uit in de Weiße Elster. Ten behoeve van het auto- en tramverkeer is hier dichtbij in 1973 de Neue Elsterbrücke gebouwd.
De beroemde bruggen Elstertalbrücke en Göltzschdalbrug liggen niet ver van Plauen, respectievelijk in de gemeentes Pöhl en Reichenbach im Vogtland.
Hoofdverkeerswegen, die door de gemeente lopen, zijn:
- de Autobahn A 72
- de Bundesstraße 92 Gera (stad) - Plauen - Cheb in Tsjechië, die op afrit 6 Plauen-Süd de A 72 kruist
- de Bundesstraße 173 Zwickau - Plauen - Hof in Beieren, die op afrit 7 Plauen-Ost de A 72 kruist; [3]
- de Bundesstraße 169, die bij Plauen van de B173 aftakt
- de Bundesstraße 282, die bij Plauen van de B92 aftakt.
Plauen heeft een station, Plauen (Vogtland) Oberer Bahnhof, ten noorden van het centrum, en een spoorweghalte Plauen Mitte, direct ten oosten van het centrum[4]. Deze stopplaatsen liggen aan verschillende spoorlijnen[5], aan weerszijden van de Weiße Elster. De stad wordt daarnaast bediend door een tramnet en talrijke stads- en streekbuslijnen.
Klimaat
[bewerken | brontekst bewerken]In Plauen en het verdere Vogtland heerst een warmgematigde Midden-Europese vochtige westenwind. In vergelijking met de westelijk gelegen Duitse regio's heerst er een beduidend continentaler klimaat, met warme zomers, en koude winters. In vergelijking met andere regio's die op gelijke hoogten liggen, is het weer in het Vogtland wind- en neerslagarmer dan andere Duitse regio's. In Plauen bedraagt de gemiddelde luchttemperatuur 7,5 °C, waarbij de warmste maanden juli en augustus met gemiddelde temperaturen van ongeveer 16 °C. In de streek rond Plauen zijn er per jaar gemiddeld 26 tot 30 zomerse dagen (≥ 25 °C) met een gemiddelde zonneschijnduur van 1450 tot 1500 uren per jaar. De gemiddelde jaarlijkse neerslag in Plauen bedraagt 582 millimeter. Zelden sneeuwt het in oktober al of in mei nog. In Plauen zijn zuidwestelijke tot zuidelijke windrichtingen overheersend. De gemiddelde windsnelheid bedraagt 3 tot 4 m/s.[6]
Economie, hoger onderwijs
[bewerken | brontekst bewerken]- PLAMAG-bedrijfscomplex, Plauen-Haselbrunn
- Ziekenhuis te Plauen-Reusa; dit uit 1889 daterende gebouw staat onder monumentenzorg
- Bethanien-ziekenhuis aan de Dobenaustraße
- Voormalig warenhuis Tietz; sinds 2010 bestuurskantoor van de Vogtlandkreis
Verspreid door de stad, vooral langs de spoorlijnen, staan nog talrijke oude fabriekspanden, die uit de 19e en 20e eeuw dateren. Sommige ervan zijn nog in industrieel gebruik, waaronder ook nog een kleine kantfabriek. De productie van gloeilampen, die in Plauen al sinds het eind van de 19e eeuw dateert, bestaat ook nog; van 1991-2011 had ook Philips er een fabriek. Dan staat er in de stad verder een kleine staalfabriek en een bedrijf dat metalen gereedschappen en kleine machines maakt, voor de auto-industrie en voor garagebedrijven. Andere voormalige fabrieken zijn tot industrieel erfgoed verklaard en gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw, klimhal, evenementenhal, wooncomplex e.d..
Het in 1946 opgerichte bedrijf PLAMAG was in de DDR-periode een zeer grote machinefabriek, die o.a. machines voor drukkerijen maakte. De onderneming bestaat nog, het is een kleine dochteronderneming van een Chinees concern met ruim 100 werknemers; er worden machines ontworpen en gebouwd.
Langs de A 72 liggen enkele kleine, moderne bedrijventerreinen; daar is, naast lokaal midden- en kleinbedrijf, o.a. een onderneming gevestigd, die voor industrie en logistiek portaalkranen ontwerpt en bouwt, en verder een kleine fabriek van uitlaatsystemen voor in auto's.
De Stadt-Galerie in het centrum van Plauen is geen gebouw voor kunsttentoonstellingen, maar een groot winkelcentrum in de omgeving van het stadhuis. Ook het Elster-Park aan de oostelijke rand van Plauen is geen stadspark, maar een winkelcentrum.
In de stad is een zogenaamde Berufsakademie gevestigd, sinds 2019 in een gedeelte van het voormalige kasteel Plauen. Deze instelling voor hoger beroepsonderwijs biedt o.a. managementstudies, studies economie en vakopleidingen voor de beroepen van doktersassistent en verpleegkundige aan.
In de stad zijn veel kantoren en ook enkele ambtelijke instellingen gevestigd, waaronder het bestuurskantoor van de Vogtlandkreis. Plauen heeft een, voor de werkgelegenheid belangrijk, ziekenhuis (Helios Vogtland Klinikum, in stadsdeel Reusa, met 620 bedden), en een kleiner, evangelisch-luthers ziekenhuis Bethanien.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]- Merian-prent van omstreeks 1650 van de omgeving van de Johanniskirche te Plauen
- De mode in omstreeks 1730; op de achtergrond Plauen, waar men deze kleding kon bestellen.
- Ontwikkeling aantal inwoners van Plauen, 1871-2010
- Schoolkaart van Plauen, 1906, toen de stad op haar grootst was
- De Friedensbrücke, verwoest na het bombardement in het voorjaar van 1945
- Gedenkplaats voor de slachtoffers van deze bombardementen
- Kantfabriek VEB Plauener Spitze, 1980
- Plauen, 30 oktober 1989, anti-DDR-demonstratie voor het stadhuis met 40.000 aanwezigen
Archeologische vondsten wijzen erop dat zich reeds in de Bronstijd al mensen bevonden in het gebied van het huidige Plauen. Van een bevolking die hun doden in begroeven zijn de Plauen-Chrieschwitz grafheuvels een restant, gelegen in het Reißiger Wald en in de omgeving van Reinsdorf. Deze vondsten duiden op een lokale groep, dragers van de Lausitzcultuur met verbindingen naar Bohemen, in het hoofdgebied en bij Thüringen.
De kolonisatie toont zich vanaf ongeveer 500 v. Chr.. De vondst van een heuvelgraf, mogelijk van de Keltische La Tène-cultuur van rond 420 v.Chr. in het gebied van Ruppertsgrün-Liebau markeert een periode, waarin de kolonisatie in het gebied van Plauen-Oelsnitz plotseling afnam. Aanwijzingen voor bewoning door Germanen van het Vogtland zijn tot dusver niet gevonden.
Vondsten van Romeinse munten uit de 2e eeuw na Christus tonen dat het Plauense gebied een betekenis had als een doorreisgebied.
Een Slavische kolonisatie is voor het eerst aangetoond kort voor het jaar 1000, terwijl wordt aangenomen dat hun vestiging hier begon rond het jaar 800.
Als latere bewijzen voor een Slavische kolonisatie worden de Slavische plaats-, veld- en waternamen in de regio gezien. De naam van de stad Plauen heeft eveneens een Slavische oorsprong. Het komt van het Slavische plavna, wat plaats waar men vlotten laat drijven betekent.
In het jaar 1122 werd Plauen voor het eerst bij naam genoemd als Vicus Plawe. Sinds 1180 ligt Plauen in het Vogtland, dat bij beschikking van keizer Frederik I Barbarossa onder bestuur van adellijke landvoogden was geplaatst. Wanneer en uit wiens hand Plauen stadsrechten heeft verworven, is niet meer bekend. Maar in een document uit 1224 over de Johannes-de-Doperkerk is sprake van een stedeling uit Plauen. Hieruit kan worden geconcludeerd, dat de verlening van de stedelijke privileges vóór 1224 plaats had gevonden.
Rond het midden van de 13e eeuw lieten de landvoogden van Plauen op de heuvel Schlossberg een kasteel bouwen.
In 1430 werd de stad tijdens de Hussietenoorlogen grotendeels verwoest. In de 15e eeuw was er een gemeenschap van kalendebroeders in Plauen werkzaam. Vanaf 1466 , door ingrijpen van Albrecht van Saksen, behoorde de tot dan toe Boheemse stad tot het Keurvorstendom Saksen (1423-1485), later het Ernestijnse Keurvorstendom Saksen (1547-1806).
Tussen 1529 en 1533 werd de Reformatie in Plauen doorgevoerd. Sedertdien zijn verreweg de meeste christenen en ook de kerkgebouwen in de gemeente evangelisch-luthers. Het dominicanenklooster in Plauen, en ook het Duitse Huis van de Duitse Orde, werden geseculariseerd.
In 1548 en 1635 werd Plauen door een grote stadsbrand geteisterd; in de Dertigjarige Oorlog werd Plauen van 1632-1635 getroffen door bijna alle denkbare rampspoed, die een oorlog met zich meebrengt: plunderingen, een pestepidemie, brandstichtingen en moordpartijen.
In 1835 was er een grote overstroming, reden voor de Saksische koning om een Medaille voor het Redden van Levens tijdens de Overstroming in Plauen in 1835 in te stellen. Van 1852 tot circa 2013 dienden de overblijfselen van het kasteel van Plauen als gevangenis.
Opkomst van de textielindustrie
[bewerken | brontekst bewerken]Plauen is van oudsher bekend om zijn kantwerk, de Plauener Spitze. De textielproductie was reeds in 1600 in een gilde georganiseerd, en al in de 17e eeuw werden stoffen van katoen gebruikt. In 1702 en 1753 werden twee grote, katoen verwerkende manufacturen, welhaast fabrieken, opgericht, die een soort tule produceerden, o.a. voor sluiers en later gordijnen. Al in 1786 werden de stadsmuren geslecht, teneinde de bouw van nieuwe woningen mogelijk te maken. In de stad staan nog steeds verscheidene voorname huizen uit het eind van de 18e eeuw, die gebouwd zijn in opdracht van rijke textiel-fabriqueurs. Modernere textielfabrieken werden in de 19e eeuw gesticht. In september 1844 verwoestte een brand honderden huizen en het voormalige dominicanenklooster. In 1848, 1851 en 1874 verkreeg de textielstad aansluiting op het spoorwegnet, doordat spoorlijnen naar respectievelijk Hof in Beieren, naar Werdau en Dresden en naar het Boheemse Eger (Cheb) werden geopend. Dit bevorderde de verdere industriële ontwikkeling. Rond 1880 was de machinale fabricage en wereldwijde export van tule, naaldkant en zogenaamd etskant[7] in Plauen zó grootschalig geworden, dat Plauen zich met grootsteeds aandoende nieuwe wijken uitbreidde, en op een gegeven moment (rond 1912) 128.000 inwoners telde. Nog steeds is de aanduiding Plauener Spitze, Plauens Kant merkenrechtelijk beschermd. Een schaduwzijde van deze ontwikkeling was het opkomende antisemitisme: veel fabrieksdirecteuren waren rijke Joden en werden met afgunst en haat door hun armere stadgenoten bejegend.
In 1881 werd de machinefabriek Vomag opgericht, die aanvankelijk vooral textielmachines produceerde[8].
Op kleinere schaal is de textielindustrie, ook de machinale productie van kanten vitrage, nog tot na de DDR-periode blijven voortbestaan.
1900-1939
[bewerken | brontekst bewerken]Omstreeks 1910 brak er een economische crisis in de textielindustrie uit. Dat leidde tot sluiting van bedrijven en het vertrek van veel arbeiders naar elders. De Eerste Wereldoorlog verscherpte de situatie alleen maar; in oorlogstijd heeft men nu eenmaal geen kanten kleedjes nodig. Wel ontstond er, ter vervanging van de kantfabrieken, aanzienlijke metaalindustrie en -nijverheid, maar met minder werkgelegenheid dan voorheen.
Op 19 juli 1918 deed zich in een fabriek, waar zakjes buskruit voor het Duitse leger klaar werden gemaakt, een explosie voor. Die kostte 292 mensen het leven. In het gebouw, waarin vóór de oorlog een gloeilampenfabriek was gevestigd, brak tegen half vijf 's middags brand uit, die zich razendsnel verspreidde en het kruit bereikte, met rampzalige gevolgen. De meeste slachtoffers waren in de fabriek werkende vrouwen. Op 24 juli 1918 werden zij in een massagraf begraven. Het graf, en een gedenkteken op het grootste kerkhof van Plauen, bestaan nog.
Tijdens de Republiek van Weimar (1919-1933) was Plauen een van de steden, waar de werkloosheid relatief de grootste in geheel Duitsland was, en waar grote politieke ontevredenheid onder de bevolking heerste. Dit was een goede voedingsbodem voor het nationaal-socialisme; al in de jaren-1920 was de stad een bolwerk van Adolf Hitlers NSDAP. De nazi's lieten de Vomag-fabrieken in de stad overschakelen op de productie van militaire voertuigen, zoals tanks.
Hitlerjugend
[bewerken | brontekst bewerken]Plauen neemt een unieke plaats in als het gaat om de ontstaansgeschiedenis van de Hitlerjugend. Onder Gustav Adolf Lenk ontstond hier de eerste jeugdafdeling al in 1922, die klein en marginaal was. Na de Bierkellerputsch van 1923 werd de organisatie verboden, waarna in 1926 Plauen een belangrijke rol kreeg in de herstart van de "Großdeutsche Jugendbewegung" (de Hitlerjugend) onder leiding van politicus Kurt Gruber. Het vormde de basis voor de heropgerichte Hitlerjugend als jeugdtak van de NSDAP.[9]
Vooral vanaf 1944 werd Plauen zwaar getroffen door geallieerde bombardementen; naar schatting vielen in het kalenderjaar 1945 2.000 doden in de stad als gevolg van deze luchtaanvallen. Grote delen van de stad werden verwoest en de bevolking leed onder voedseltekorten en de voortdurende dreiging van aanvallen. Van medio 1944 tot in april 1945 bevonden zich in de stad drie Außenlager van concentratiekamp Flossenbürg. Daaronder waren twee vrouwenkampen, waar de dwangarbeidsters gloeilampen voor de firma Osram moesten maken. De leef- en werkomstandigheden in deze kampen waren onmenselijk, o.a. door uitputting, besmettelijke ziektes, ondervoeding en door SS-ers gepleegde mishandelingen. Op 16 april 1945 trokken Amerikaanse grondtroepen Plauen binnen en namen zonder groot verzet de controle over. Daarmee eindigde voor de stad de oorlog, maar de gevolgen van de vernietiging en de ineenstorting van het Derde Rijk waren nog lang voelbaar.[10]
Sovjetbestuur en wederopbouw
[bewerken | brontekst bewerken]In de eerste naoorlogse jaren (1945–1949) volgde eerst een korte Amerikaanse bezettingsperiode, waarna de stad op 1 juli 1945 onder Sovjetbestuur kwam. Dit betekende een fundamentele omslag: industrie werd deels ontmanteld en anders onder Sovjetcontrole geplaatst, politieke structuren werden hervormd en er vond een sterke inperking van vrijheden plaats.[10]
DDR
[bewerken | brontekst bewerken]Van 1949-1990 maakte Plauen deel uit van het communistische Oost-Duitsland, de DDR.
Het inwonertal van Plauen was in het begin van de 20ste eeuw aanzienlijk gedaald: aan het begin van die eeuw waren er meer dan 120.000 inwoners, in 1945 circa 80.000. De industrie bleef redelijk op peil tot 1990, hoewel de ligging in een uithoek van de DDR, dichtbij het IJzeren Gordijn, een stagnerende factor was voor de economie van de stad. Gedeeltelijk werd dit gecompenseerd door de legering van zeer veel militairen te Plauen, waaronder velen uit de Sovjet-Unie, maar ook Oost-Duitse NVA-soldaten. Van 1951 tot 1984 was in Plauen de belangrijkste officiersschool van de Nationale Volksarmee gevestigd.
De Markuskirche te Plauen-Haselbrunn was reeds op 7 oktober 1989 de locatie voor grootscheepse vreedzame protestdemonstraties tegen de DDR-regering, die een maand later tot Die Wende leidden. De demonstraties te Plauen trokken tot wel circa 40.000 mensen aan.
Sinds 1990
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Duitse hereniging in 1990 kampte Plauen zoals veel voormalige DDR-steden met serieuze economische en demografische uitdagingen. Het inwonertal daalde van ruim 76.000 in 1990 tot ongeveer 66.000 in 2010, voornamelijk door jongeren die vertrokken en een vergrijzende bevolking.[11] Na de Duitse hereniging in 1990 onderging Plauen een ingrijpende transformatie. De overgang van een centraal geleide economie naar een markteconomie leidde tot aanzienlijke economische verschuivingen. Industrieën die voorheen onder staatscontrole stonden, werden geprivatiseerd of gesloten, wat resulteerde in werkloosheid en bevolkingsafname. Tegelijkertijd profiteerde de regio van investeringen in infrastructuur en stedelijke ontwikkeling, wat bijdroeg aan een geleidelijke economische herstructurering. Deze veranderingen benadrukken de veerkracht van Plauen in het aanpassen aan de nieuwe economische realiteit na de hereniging. [12]
Tussen 1994 en 1999 werden talrijke kleine dorpen, die voordien zelfstandige gemeentes waren, aan de stad toegevoegd; het zijn sindsdien Ortschaften van Plauen.
Recente gebeurtenissen
[bewerken | brontekst bewerken]Tot de herindeling van Saksen in 2008 was Plauen een stadsdistrict binnen de deelstaat Saksen.
Bezienswaardigheden, recreatie
[bewerken | brontekst bewerken]- De binnenstad van Plauen is rijk aan historische oude gebouwen, die gedeeltelijk na de verwoestingen gedurende de Tweede Wereldoorlog werden herbouwd.
- Daaronder is de evangelisch-lutherse Johannes-de-Doperkerk (Johanniskirche) op een heuvelpunt dichtbij de Weiße Elster. Deze werd in 1122 ingewijd, en in de jaren vanaf 1224 in opdracht van ridders van de Duitse Orde in gotische stijl herbouwd; toen zijn ook de twee nog bestaande kerktorens ontstaan. De kerk is diverse malen herbouwd of ingrijpend gerenoveerd, o.a. na de branden van 1548 en 1635, en het bombardement van 1945. Van 1991-2002 vond de laatste grootscheepse restauratie van het bedehuis plaats. In de kerk staat o.a. een kort na 1500 vervaardigd altaarstuk, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe, en oorspronkelijk afkomstig uit Neustädtel, gemeente Schneeberg. De kansel in de Johanniskirche dateert van omstreeks 1721 en heeft voorheen in een kerk te Görlitz gestaan.
- Op de plaats van een verloren gegaan kasteel werd van 1727-1730 het Malzhaus gebouwd, een opslagruimte voor mout, dat door bierbrouwers wordt gebruikt. Het huidige gebouw is een 20e-eeuwse reconstructie hiervan; het is in gebruik als cultuurcentrum, o.a. voor kleinschalige lezingen en concerten. Jaarlijks vindt er het folkmuziekconcours om de prijs Eiserne Eversteiner plaats.
- Musea:
- Op het adres Bleichstraße 1 is, in een 18e-eeuws gebouwencomplex, het uit 1776 daterende Weisbachsche Haus, een groot textielmuseum gevestigd, met de naam Fabrik der Fäden.
- Een kleiner textielmuseum, gewijd aan de kantproductie, is de Schaustickerei, die ten oosten van het stadscentrum bij de tramhalte Schloß Reusa staat.
- Op het adres Nobelstraße 9-11 is, eveneens in een 18e-eeuws gebouwencomplex, het historische regionale Vogtlandmuseum gevestigd, dat o.a. een stijlkamer in Louis Seize-stijl, een schilderijenverzameling en een collectie over de geschiedenis van de streek Vogtland bevat.
- Op het adres Nobelstraße 7 is een museum gevestigd, dat is gewijd aan de striptekenaar Erich Ohser.
- Belangrijk voor de theater- en muziekcultuur in Plauen is de schouwburg Vogtlandtheater. Het neoklassieke gebouw dateert uit 1898. Organisatorisch vormt het een geheel met de schouwburg van Zwickau. Beide steden hebben een gezamenlijk filharmonisch orkest dat vooral klassieke muziek en de muziek bij opera's en operettes uitvoert.
- Elders in Plauen bevindt zich, in een groot stadspark, een openluchttheater met 2.000 zit- en 5.000 staanplaatsen, waar ook openluchtconcerten worden gehouden.
- In de wijk Haselbrunn staat het grootste stadion van Plauen. Dit is het uit 1934 daterende atletiek- en voetbal-stadion Vogtlandstadion, met 5.000 zitplaatsen. De voetbalvereniging VFC Plauen speelt er haar thuiswedstrijden.
- In de heuvelachtige omgeving van de stad zijn veel mogelijkheden voor, ook meerdaagse, wandel- en fietstochten.
- In de oostelijke wijk Reusa mit Sorga zijn opvallend veel speelfaciliteiten voor kinderen, alsmede een grote concert- en feestzaal (de Festhalle Plauen; 3.500 zitplaatsen) te vinden.
Afbeeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Centrum van Plauen
- Gezicht op de stad vanaf de toren van het stadhuis; in de verte is de berg Kemmler te zien.
- De Johanniskirche
- Interieur van de Johanniskirche
- Altaarstuk in de Johanniskirche
- Kansel in de Johanniskirche
- R.K. Heilig-Hartkerk (1902)
- Evangelisch-lutherse Markuskirche, Plauen-Haselbrunn
- Plauen, oude stadhuis
- Replica van de uit 1548 daterende klok Kunstuhr aan de gevel van het stadhuis
- Koning-Albert-fontein bij het stadhuis op de Altmarkt
- Nieuwe Stadhuis (1922)
- De Nonnentoren, het enige bewaard gebleven deel van de middeleeuwse stadsverdedigingswerken
- Schouwburg Vogtlandtheater
- Gebouw Berufsakademie, deel van het voormalige kasteel
- Monument Komeet op de heuvel Bärenstein voor de astronoom Georg Samuel Dörffel
- Het Vogtlandmuseum te Plauen
- Feestzaal in dit museum
- Schilderij Maartlandschap in het Vogtland (1935) in dit museum[13]
- Museum Schaustickerei
- Kasteeltje Malzhaus (1727-1730); 20e-eeuwse reconstructie; in gebruik als cultuurcentrum
- Festhalle Plauen
- Museum Erich-Ohser-Haus, Plauen
- Monument Vater und Sohn, van de comic-strip door Erich Ohser, Plauen
- De 506 m hoge heuvel Kemmler (ten zuiden van de stad) met Bismarckzuil
- Kasteeltje Schloss Jößnitz (gesloopt en herbouwd in 1998; in gebruik als horecabedrijf)
- 16e-eeuwse dorpskerk te Plauen-Straßberg
Partnersteden
[bewerken | brontekst bewerken]Plauen heeft met de volgende steden een jumelage (stedenband):
Bekende personen in relatie tot de gemeente
[bewerken | brontekst bewerken]Geboren in Plauen
[bewerken | brontekst bewerken]- Hendrik de Oudere van Plauen (1370 - Lochstädt bij Koningsbergen, 1429), ook "redder van de Duitse Orde" genoemd, de 27e grootmeester van de Duitse Orde
- Christoph Pezel (Plauen, 5 maart 1539 - Bremen, 24 februari 1604), ook Petzel, Pezelius, protestants theoloog
- Georg Samuel Dör(f)fel of Doer(f)fel (geboren op 11 oktober (Juliaanse kalender)/21 oktober 1643 (Gregoriaanse kalender) in Plauen; overleden op 6 augustus (Juliaanse kalender)/16 augustus 1688 (Gregoriaanse kalender) in Weida), Duits luthers dominee en amateur-astronoom; een eeuw na zijn dood pas beroemd geworden vanwege een door hem gemaakte studie van kometen. Naar hem is in 1982 de asteroïde (4076) Dörffel genoemd.
- Eduard Friedrich Poeppig of Pöppig (geboren op 16 juli 1798; overleden op 4 september 1868 in Wahren bij Leipzig), bioloog en ontdekkingsreiziger, vooral in Midden- en Zuid-Amerika; auteurscitatie (botanische nomenclatuur): „Poepp.“
- Egon Zill (geboren op 28 maart 1906; overleden op 23 oktober 1974 in München), was SS-Sturmbannführer en commandant in verscheidene concentratiekampen; in de jaren-1960 vrijgesproken van misdaden tegen de menselijkheid omdat hij daarbij slechts een geringe rol zou hebben gespeeld.
- Willi Seifert (geboren op 1 oktober 1915; overleden op 30 januari 1986) communistisch activist, tegenstander van de nazi's; overleefde concentratiekamp Buchenwald; later een topofficier en -politicus in de DDR, o.a. plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken; speelde een rol bij het organiseren van de bouw van de Berlijnse Muur.
- Horst Paul Dohlus (geboren op 30 mei 1925; overleden op 28 april 2007 in Berlijn), belangrijk SED-funktionaris in de DDR, ook lid van het Oost-Duitse Politbureau tot aan de Val van de Muur
- Karl Richter (Plauen, 15 oktober 1926 – München, 15 februari 1981) was een Duitse dirigent, organist, koorleider en klavecinist.
- Angelika Bahmann (1 april 1952), kanovaarster; behaalde in 1972 Olympisch goud.
- Kornelia Ender (25 oktober 1958), zwemster; behaalde in 1976 viermaal Olympisch goud.
- Matthias Freihof (5 november 1961), acteur en zanger
- Thomas Junghans (1977), Zwitsers darter
Overigen
[bewerken | brontekst bewerken]- Martin Mutschmann (geboren op 9 maart 1879 in Hirschberg; overleden op 14 februari 1947 in Moskou), berucht antisemitisch en nazistisch politicus; in de nazi-tijd enige jaren minister-president van Saksen; na terdoodveroordeling wegens oorlogsmisdaden door de Russen gefusilleerd; woonde vanaf zijn 6e jaar lange tijd in Plauen
- Erich Ohser (geboren op 18 maart 1903 te Gettengrün, tegenwoordig gem. Adorf; overleden op 5 april 1944 te Berlijn; lange tijd te Plauen woonachtig), sociaal-democratisch karikaturist; tot 1933 maker van spotprenten in een gematigd linkse krant; tekende vanaf 1934 onder het pseudoniem e.o.p. of e.o. plauen, Engels: E.O. Plauen, een in en buiten Duitsland zeer bekend geworden comic-strip[15] Vater und Sohn over alledaagse situaties[16]; [17] Ohser moest politiek schipperen onder het nazi-regime, dat zijn spotprent van Jozef Stalin toejuichte; omdat hij stiekem ook spotprenten van Josef Goebbels en Adolf Hitler had gemaakt, en verraden werd, belandde hij in 1944 in de gevangenis, waar hij zelfmoord pleegde.
Externe links (Duitstalig)
[bewerken | brontekst bewerken]- www.fabrik-der-faeden.de Website textielmuseum Fabrik der Fäden
- www.schaustickerei-plauen.de Website textielmuseum Schaustickerei
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Plauen op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- 1 2 (de) Bevölkerung des Freistaates Sachsen nach Gemeinden am 31. Dezember 2020
- ↑ In het Duits is dit een woordspeling: Spitze betekent ook: top. Men kan Spitzenstadt dus ook als topstad vertalen.
- ↑ Zwickau en Hof zijn vanuit station Plauen (Vogtland) Oberer Bahnhof ook per trein bereikbaar.
- ↑ Deze ligt, evenals het in 2015 opgeheven station Unterer Bahnhof, aan een spoorlijntje , dat gekenmerkt wordt door zijn ligging aan de Weiße Elster, en waar veel rangeersporen voor goederentreinen zijn.
- ↑ De lokaalspoorlijn van Plauen naar Cheb in Tsjechië begint in Plauen (Vogtl.) Oberer Bahnhof, en gaat na 2 km over het Syratalviadukt (210 m boven de zeespiegel) heen. Op het grondgebied van Plauen doet de trein op deze lijn nog twee spoorweghaltes aan: na 3 km Plauen (Vogtl) West, 386 m boven de zeespiegel, en na 6 km Plauen (Vogtl)-Straßberg.
- ↑ Eberhard Freydank, Deutscher Wetterdienst Radebeul „Das Klima des Vogtlandes“ im Vogtlandatlas (siehe Literatur)
- ↑ Engels: chemical lace.
- ↑ Na 1945 gedemonteerd, maar DDR-spin-off als Plamag.
- ↑ (de) Hilgers, Anja (2009). Schule und Bildung im Wandel. VS Verlag für Sozialwissenschaften, p. 53-72. ISBN 978-3-531-15305-6.
- 1 2 (de) Krone, Andreas, [id=https%3A%2F%2Fmonarch.qucosa.de%2Fapi%2Fqucosa%253A17677%2Fmets Plauen 1945 bis 1949 - vom Dritten Reich zum Sozialismus. Entnazifizierung und personell-struktureller Umbau in kommunaler Verwaltung, Wirtschaft und Bildungswesen] (2001-31-01). Geraadpleegd op 24-08-2025.
- ↑ (de) Yumpu.com, Demografische Entwicklung (*.pdf, 245 KB) - Plauen. yumpu.com. Geraadpleegd op 24 augustus 2025.
- ↑ Hanlon, W. Walker, Heblich, Stephan (1 mei 2022). History and urban economics. Regional Science and Urban Economics 94: 103751. ISSN:0166-0462. DOI:10.1016/j.regsciurbeco.2021.103751.
- ↑ Gemaakt door de plaatselijk werkzame landschapsschilder Albin Enders (* 11-7-1869 in Meßbach, gem. Plauen; † 8-11-1946 in Weischlitz).
- ↑ Uitgegaan van Jößnitz, toen dat nog een zelfstandige gemeente was; overgenomen door Plauen.
- ↑ Genre: stop-comic, korte strips zonder tekst.
- ↑ Literatuurverwijzing: www.tzum.info/2018/04/strips-e-o-plauen-father-and-son www.tzum.info/2018/04/strips-e-o-plauen-father-and-son/
- ↑ Er bestaat geen verband met de latere Nederlandse strips Vader & Zoon door Peter van Straaten. De gag-strips De Avonturen van Piet Fluwijn en Bolleke (1944-1974) door de Vlaming Marc Sleen zijn wel door het werk van Erich Ohser geïnspireerd.