converse
Uiterlijk
- (zelfstandig naamwoord en werkwoord) Via Oudfrans converser van Latijn conversor.
- (bijvoeglijk naamwoord) Van Latijn conversus (< convertere).
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| converse | converses |
converse
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to converse |
| he/she/it | converses |
| verleden tijd | conserved |
| voltooid deelwoord |
conserved |
| onvoltooid deelwoord |
conserving |
| gebiedende wijs | converse |
converse
- onovergankelijk, (communicatie) converseren, een gesprek/conversatie voeren
- ~ with gezelschap houden. vergezellen
- onovergankelijk, (verouderd) ingewerkt zijn in iets, kennis hebben
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| converse | more converse | most converse |
converse
- [1] opposite
- [2] reciprocal
converse
- vrouwelijk enkelvoud van convers
| vervoeging van |
|---|
| converser |
converse
| vervoeging van |
|---|
| conversar |
converse
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 8
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Verouderd in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Communicatie in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Frans
- Werkwoordsvorm in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 8
- Werkwoordsvorm in het Spaans