close
Naar inhoud springen

Haptophyta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Haptophyta
Coccolithus pelagicus,
een van de coccolithoforen
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Clade:Haptista
Stam
Haptophyta
Hibberd, 1976
Synoniemen
  • Prymnesiophyta Green & Jordan, 1994
  • Haptophytina Hibberd, 1976
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Haptophyta op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Haptophyta, ook wel Prymnesiophyta genoemd, zijn een groep van eencellige, voornamelijk in zee levende algen binnen de eukaryoten. Ze komen wereldwijd voor in het mariene milieu, van kustwateren tot open oceaan, en vormen samen met diatomeeën een belangrijk deel van het fytoplankton. De meeste haptofyten zijn fotosynthetisch en bezitten secundaire plastiden die afgeleid zijn van endosymbiotische roodwieren.

De Haptophyta wordt onderverdeeld in twee klassen, Prymnesiophyceae en Pavlovophyceae, die verschillen vertonen in celstructuur en voortplantingswijze. De meeste haptofyten zijn eencellige organismen met twee flagellen, hoewel ook koloniale en filamenteuze soorten voorkomen. Een kenmerkend morfologisch aspect van de Haptophyta is de haptonema, een draadvormige structuur gebruikt wordt bij voedselopname, hechting en mogelijk zintuiglijke waarneming. Sommige haptofyten zijn bedekt met 'schubben' van calciumcarbonaat, zogenaamde coccolieten. Deze mineraliserende soorten worden coccolithoforen genoemd.

Haptofyten zijn van groot belang in de mariene voedselketens en biogeochemische kringlopen, in het bijzonder die van koolstof en zwavel. Naast fotosynthetisch voeden sommige haptofyten zich fagotroof; deze soorten kunnen gedijen in voedselarme omgevingen. De gefossiliseerde resten van Haptophyta zijn van nut in geologisch onderzoek en worden gebruikt als indicatoren voor welbepaalde klimaatomstandigheden.

Een coccoliet van de soort Helicosphaera carteri onder de elektronenmicroscoop

De gele, geelbruine of bruine chloroplasten bevatten chlorofyl a en c, bètacaroteen en fucoxanthine.[1] De chloroplasten bevinden zich in een plooi van het endoplasmatisch reticulum. De chloroplasten lijken op die van andere heterokonten, de celopbouw wijkt echter af, waardoor de Haptophyta tegenwoordig ook systematisch van de heterokonten afgesplitst zijn.

Beweeglijke cellen hebben twee meestal even lange of bijna even lange flagellen. De flagellen zijn niet zoals bij de overige heterokonten met dunne vederharen bezet, maar met submicroscopisch kleine schubben of knobbels. In tegenstelling tot de heterokonten hebben de flagellen ook geen opgezwollen basis. Naast de flagellen hebben de cellen ook een 'haptonema'; dat is een draadvormig aanhangsel waarmee de cel zich kan vastzetten. De bouw lijkt oppervlakkig gezien op een flagel, maar op doorsnee zijn 6-7 in een sikkelvorm liggende microtubuli te zien.

De cellen hebben aan de buitenkant uit polysachariden (meest cellulose) bestaande schubben, die in de golgiblaasjes gevormd en aan de buitenkant van de cel afgezet worden.[2][3] Bij de Coccolithophorales zijn de buitenste schubben verkalkt en worden coccolieten genoemd. De functie van de coccolieten wordt tot nu toe nog niet goed begrepen. Vermoed wordt dat ze onder andere dienen ter bescherming tegen vijanden, opstijgvermogenregulering, lichttoevoer of verkalking ter ondersteuning van de fotosynthese. Ook kan een oogvlek zoals bij de goudwieren (Chrysophyta) en de Euglenoida aanwezig zijn.

Hoewel de vertegenwoordigers van de monadalen het meest voorkomen, zijn er ook capsale, coccale en trichale vertegenwoordigers. Sommige soorten hebben een heteromorfe generatiewisseling, dat wil zeggen dat de diploïde en de haploïde generatie uiterlijk goed onderscheidbaar zijn. Bij deze kalkalgen wisselt de diploïde generatie, waarbij de algen flagellen bezitten en als plankton leven met een haploïde generatie, waarbij ze benthisch zijn, dat wil zeggen dat ze dan op de zeebodem leven.

Emiliania huxleyi - De turquoise kleur van de wateren voor de kust van Cornwall wordt veroorzaakt door algenbloei

Slechts weinig soorten leven in zoetwater, de meeste leven als plankton in de zee. Met een grootte van minder dan 20 µm worden ze tot het kalkige nanoplankton gerekend. Ze kunnen in zeer grote hoeveelheden optreden en een overwegend deel van het zeeplankton uitmaken. Daarmee spelen de planktonische Haptophyten in de zee een belangrijke rol als primaire producent. Enkele soorten komen over de hele wereld verspreid voor, de meeste soorten komen echter in de gematigde streken voor. In het bijzonder komt in grote hoeveelheden de wereldwijd verbreide soort Emiliania huxleyi voor. Zij behoort tot de belangrijkste producenten van biologisch calciumcarbonaat en kan een grote algenbloei geven. Andere planktonische haptophyten, zoals Chrysochromulina en Prymnesium zorgen periodiek voor een giftige algenbloei, terwijl Phaeocystis bij algenbloei een onplezierig schuim vormt dat zich dikwijls ophoopt aan de kusten.

De coccolieten van de kalkalgen vormden kalkgesteente in het verre verleden via sedimentering en diagenese. Coccolieten zijn onder anderen een belangrijk bestanddeel van de krijtrotsen van Rügen, Møn en de Zuid-Engelse krijtkust van Dover. Eén cm³ krijt bestaat uit rond de 800 miljoen coccolieten. De vroegste vondsten van de Coccolithoforen stammen uit het Trias. De grootste verbreiding en vormenrijkdom vindt tijdens het Krijt plaats, waarbij aan het eind van dit tijdperk massale sterfte optrad. Een nieuw hoogtepunt werd ongeveer 50 miljoen jaar geleden in het Eoceen bereikt. Vertegenwoordigers van de familie Braarudosphaeraceae kwamen al in het krijt voor.

Aan de hand van fossielresten van kalkalgen in de sedimenten kan de ouderdom van deze sedimenten en de toen heersende klimaatomstandigheden worden vastgesteld.

Betekenis voor de ecologie, geologie, klimaat en techniek

[bewerken | brontekst bewerken]

Kalkalgen spelen in de natuur een zeer belangrijke rol:

Kalkalgen zijn in de zee de op afstand productiefste kalkvormers. Daarmee staan ze aan de oorsprong van talrijke gesteenten (vooral kalksteen en dolomiet). Ze beïnvloeden ook de chemische samenstelling van het zeewater en daarmee hangt de opnamecapaciteit van het broeikasgas koolstofdioxide hoofdzakelijk af van hun biologische en kalkbindende activiteit.

Tot de Haptophyta behoren:

Ook wordt er wel maar één klasse onderscheiden: de Haptophyceae met ongeveer 500 soorten en 75 geslachten in 4 orden.

Zie de categorie Haptophyta van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.