close
Naar inhoud springen

Strekdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Strekdam aan de kust, Verenigd Koninkrijk

Een strekdam of langsdam is een dam die evenwijdig aan een oever[1] of evenwijdig aan de stroomrichting of vaargeul[2] ligt, waarbij minstens één uiteinde niet verbonden is met de wal. Een strekdam is gemaakt van grond of steen of van een combinatie daarvan. Een rijsdam is een dam gemaakt van rijshout. [3] Een (afsluit)dam of dijk, dwars op de stroomrichting, die een water afdamt is geen strekdam.

Aan kusten van zeeën en meren worden haaks op de kustlijn strekdammen gelegd om kustafslag door stroming en golven tegen te gaan. Op kwelders was de aanleg van strekdammen van rijshout een gebruikelijke manier om landaanwinning door opslibbing te bevorderen. Bij havens worden gewoonlijk havenhoofden aangelegd, strekdammen om stromingen om te leiden teneinde verzanding van de haven te voorkomen en om golfslag te breken, zodat schepen veilig in en uit kunnen varen. Ook kunnen strekdammen bij een haven dienen om een beschutte rede te maken voor de voor anker liggende schepen.

Strekdammen in de Nederrijn bij Arnhem

In rivieren worden strekdammen gebruikt om de stroom te geleiden.[2] Strekdammen in rivieren worden vaak gecombineerd met kribben, zodat de oever niet alleen tegen golfslag maar ook tegen de stroming beschermd wordt. Ook worden er wel strekdammen gebruikt om in rivieren nevengeulen te creëren en in stand te houden.

Verwante begrippen

[bewerken | brontekst bewerken]

Kribben en strandhoofden worden wel ten onrechte strekdammen genoemd.[1]

Rijkswaterstaat gebruikt wel de term langsdammen voor kunstwerken die sterk op strekdammen lijken, zonder de keuze voor deze term te verduidelijken.[3]

Rijsdammen, in het Nederduits van Sleeswijk-Holstein Lahnungen[4] genaamd, worden met name in het Duitse gedeelte van de Waddenzee wel gebruikt voor de waterhuishouding. Een goed voorbeeld is de in 1927 voltooide Hindenburgdamm van het vasteland van Sleeswijk-Holstein naar het Waddeneiland Sylt. Dammen en zeedijken in de Duitse Waddenzee werden, en worden nog wel, versterkt door het creëren van een de golven brekende bufferzone van kwelders. Daartoe worden in het wad enkele decimeters diepe greppels gegraven, en daarlangs aan weerszijden dubbele rijen houten palen in de grond geslagen. De tussenruimte wordt opgevuld met vlechtwerken van takken en soortgelijk materiaal, vaak van wilgenhout. Deze worden in het Duits en ook andere talen Faschine of fascine[5] genoemd. Het geheel wordt dan met touw of kippengaas bijeengebonden. Zo ontstaat een soort modderveld in het wad, waarvan er meestal drie reeksen bestaande uit vele, 10-100 meter brede omheinde terreinen bestaan. De zo afgepaalde velden lopen geleidelijk vol met slik, dat vaak niet meer weg kan. Op deze wijze ontstaan kwelders, die een voorterrein voor de zeedijk of dam vormen en deze waterkering zo tegen stormvloeden en hoge golfslag beschermen.